Boorn en Boerschop 2020-03: Boekennieuws en Een nalatenschap van meester Krupers

Boekennieuws

Auteur: Jan F. Deckwitz

Afb. 01: Boekkaft met titel “Markante Bartelinks tussen Neva en Commewijne”

Titel Markante Bartelinks tussen Neva en Commewijne
Auteur Hans Gloerich
ISBN 978-90-810516-4-4
NUR 681 – Historische biografieën
Uitvoering hard cover, 236 blz.
Uitgever In eigen beheer van de auteur
Opmerking: Het boek is in het HIP van de Heemkundevereniging Borne opgenomen, en dus voor eenieder ter inzage of lezing

Van een volslagen onbekende een mailtje krijgen met de vraag om aanvullende informatie met betrekking tot een familienaam. Dit overkwam Hans Gloerich: het mailtje kwam van een Noord-Hollands echtpaar waarvan de man een Surinaamse achtergrond heeft. De naam waar het om ging was “Bartelink”. De moeder van Hans was er een van Bartelink. Nieuwsgierig genoeg is de auteur de herkomst, en het reilen en zeilen van de Bartelinks nagegaan, met verassende vondsten.

In het voorwoord van het boek omschrijft de auteur de samenhang in de verwantschap tussen de verschillende “takken” Bartelinks. Hij zoekt en vindt een samenhang waarbij, omstreeks 1700, vier takken zijn te duiden die gescheiden elk hun eigen weg in de wereld zoeken en vinden.

Afb. 02: Portret met handtekening van de Russische psychiater Friedrich Wilhelm Bartelink (1850-1903), geboren in St. Petersburg, maar met roots in Vriezenveen. Hij voerde de Russische naam Fyodor Ivanovich Bartelink.

De oudst traceerbare bron (1353) is erve Bertoldinck, nu erve Bartelink: de eerste boerderij links aan de Weerselosestraat, als je de Stroom Esch in Borne verlaat. Vanuit dit erf ontwikkelen zich na 1650 vier takken Bartelinks: in Hertme/Borne, Nijstad(Weerselo), Almelo/ Vriezenveen/Amsterdam en Enkhuizen/Hoorn. Achtereenvolgens wordt in de volgende hoofdstukken het doen en laten van de verschillende takken afzonderlijk beschreven.
Vanuit de Vriezenveense tak gaan enkele Bartelinks naar St. Petersburg (Rusland). Zij behoorden tot de groep van Vriezenveense ‘Rusluie’. Op eigen wijze passen ze zich aan, en ontwikkelen hier een eigen handelscultuur. Maar ook houden ze hun eigen Hollandse identiteit vast. In St. Petersburg geven zij leiding aan de bouw van een Hollandse hervormde kerk en een internationale christelijke school. Tsaar Alexander II subsidieert deze met een meerjarige lening. Verschillende Bartelinks trouwen ook met Russische vrouwen. Een van hen brengt het tot Nederlands consul in St. Petersburg; een ander tot consulgeneraal in Yokohama. De Petersburger F.W. Bartelink sticht rond 1890 een psychiatrische kliniek in een stad, diep in Rusland. Over het reilen en zeilen van de Bartelinks tijdens en na de Russische revolutie in 1917 is weinig bekend. Er blijken echter ook tegenwoordig nog steeds Bartelinks in de (voormalige) Sovjet-Unie te wonen, verspreid over de Russische Federatie en Oekraïne. Een van de Bartelinks, in dienst van de graaf van Almelo, meldt zich omstreeks 1718 aan bij de VOC en maakt, als militair en handelsman, vanuit Amsterdam enkele reizen naar Oost-Indië. Na terugkeer blijft hij vanuit Holland handel drijven, en doet hij ook dienst in verschillende maritieme functies.
Een andere Bartelink heeft zich in Amsterdam gesettelden heeft hier, met hulp van zijn schoonvader, een goed lopende victualiënhandel opgezet. Door de recessie, veroorzaakt door het Continentaal Stelsel van Napoleon, gaat hij echter failliet. In 1810 verlaat hij Holland en zoekt emplooi in Suriname.

Later volgen hem zijn twee zonen. In Suriname ontwikkelen de Bartelinks zich van onderaf op tot voormannen, en directeur (en zelfs eigenaar) op verschillende plantages. In de omgang met het personeel en de slaven weten ze zich te handhaven als goede ondernemers en beheerders. Ook schromen ze niet zich in te laten met inlandse bevolking; er wordt samengeleefd met slavinnen en er komen gemengde nakomelingen die zich op hun beurt goed ontwikkelen in de Surinaamse samenleving. Op zijn oude dag heeft een van de oudste Bartelinks een soort dagboek samengesteld over zijn werk en ervaring. Dit dagboek verschijnt als feuilleton in een Surinaamse krant (1914), en later ook als een zelfstandig boekwerk (1916). Het dagboek is nagenoeg in zijn geheel in het hier beschreven boek opgenomen.

Het boek geeft uitgebreid informatie over het doen en laten van de Bartelinks in de wereld, dat rijkelijk wordt aangevuld met documenten, kaarten en foto’s. Hierdoor ontstaat een goed beeld van de omstandigheden waarin de Bartelinks leefden en functioneerden, en hoe zij zich hebben aangepast in hun nieuwe wereld.
De titel van het boek verwijst naar de ruime biotoop van deze van oorsprong Twentse Bartelinks: tussen St. Petersburg, aan de rivier de Neva en Suriname, waar de Commewijne rivier stroomt. Al met al is het een lezenswaardig boek geworden, goed voorzien van foto’s, tekeningen en kaarten, waardoor een goed beeld wordt gegeven van het leven en doen en laten van de Bartelinks.
Wat bij het lezen af en toe stoort is de frequentie waarin de naam Bartelink aan de orde is en waarbij je je afvraagt over welke Bartelink het gaat. In deze gevallen is het plezierig om het genealogisch overzicht in hoofdstuk 9 te kunnen raadplegen. Als historisch document mag het boek zeker waardevol worden genoemd.

Een nalatenschap van meester Krupers

Auteur: Leo Leurink

Van André Muller kreeg ik over het artikel ‘De zomerkampen van meester Krupers….’ de hier volgende reactie:

“Leuk artikel over die mooie oude Jacobus en over meester Krupers die ik nooit ontmoet heb. Wel bekend uit verhalen en archiefstukken. Bij de afbraak van de Jacobus in 1976 heb ik een tweetal beelden weten te redden, gemaakt door W. Krupers. Ik koester ze nog steeds, ze staan hier in de tuin! Maria en Jozef, beiden met een kind op de arm. Zou Jezus dan toch nog een broertje of zusje gehad hebben?”
Ik kan daar nog het volgende aan toevoegen: Meester Krupers kon heel goed tekenen en was blijkbaar ook kundig met andere beeldende vormen. Ik heb nog in mijn laatste lagere schooljaar (1955) voor hem geposeerd als Maria(!) met een medeleerling als Jezus op mijn schoot. Dat vond toen tussen de middag plaats. Je ging dan heel vlug naar huis om te eten en dan snel weer terug om te poseren, voordat ’s middags de lessen weer begonnen.

Afb. 03: Hier de twee beelden van Maria en Jozef, beide met het kindje Jezus op de arm, tussen het lover in de tuin van André Muller. De maker is schoolmeester Willy Krupers wiens handtekening op de achterzijde van de beelden staan ingegrift.

Nog even tot slot: het unieke logboek van Petri Leijdekkers is na 65 jaar inmiddels weer terug bij hem, nu in Groningen.

(–> naar PDF versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2020-03)

(–> naar Boorn & Boershop pagina)