Boorn & Boerschop 21018-02: Het gat in het gewelf

Auteur : Jaap Grootenboer

Het is natuurlijk geen geheim, dat de Oude Kerk van Borne oorspronkelijk als een katholieke kerk is gebouwd. Dat is heden hier en daar in de kerk nog te zien. Zie bijvoorbeeld de muur- en gewelfschilderingen of de drie nog aanwezige altaarstenen: twee in de vloer en de tafel van het vroegere Nicolaasaltaar in het koor. In de koorwand is nog een sacramentshuis te zien. En in de oostelijke koorwand ziet met nog delen van een piscine. Ook de Bornse kerk moest, als gevolg van de Reformatie, er aan geloven. Dat schreef Sweder II Schele Weleveld in zijn kroniek: “Anno 1598, feb. 2 wurden zu Borne die altaren und bilder der kirchen gebrochen auff bephel des drosten Johans von Vorst, so es durch die gantze Twent omb folgens die reformierte religion ein zu furen”. Het geslacht Schele was eerder al overgegaan tot de Lutherse kerk. Maar de drost van Twente stelde, dat de Ridderschap & Steden, de leer van Johannes Calvijn geprivilegieerd hadden. De Ridderschap zond waar nodig Calvinistische predikanten naar de gemeenten en dus kerken van Twente, dus ook naar Borne. Het Heilig Woord moest het gaan doen.

Dat wordt de parochianen opgedrongen. Parochianen, die konden lezen noch schrijven. Ze waren gewend, de verhalen uit de bijbel van de voorganger te leren op een beeldende manier. Zoals het beeld van Christus, hoog in het koor. De Christus als de Rechter met Maria aan Christus’ rechterhand en aan de andere kant Johannes de Doper. De heilige verhalen in beelden. Onder de beelden van het Laatste Oordeel, hoog in het koor zien we vaag nog wat engelen, die een oranjerood gordijn ophouden, Achter het altaar, op de koormuur staan de twaalf apostelen. Voor de parochianen zijn de verschillende heiligen aan beide zijden van de muren te zien, als voorbeelden voor de gelovigen, zodat ze konden leren, hoe vroom te leven.

Rondom de christelijke feestdagen werd de parochie betrokken bij allerlei religieuze spelen in en rond het kerkgebouw. Het zou te ver voeren om een opsomming te geven van de vele spelen rond de even zovele feestdagen. Toch kiezen we er één uit, omdat juist daar nog enkele sporen aanwezig zijn: het liturgisch paasspel. Bij die viering raakte de gehele gemeenschap betrokken. In keurige volgorde werkte de gemeente de paasgeschiedenis af in zang, processie, spel en gebed. In de volgorde van het evangelie: De intocht van Jeruzalem, het lijden en sterven van Christus, Zijn opstanding en de komst van de Heilige Geest op Pinksteren. Mocht de Bornse parochie het lijdensverhaal precies vieren, zoals het geschreven is, dan zou de passiegeschiedenis beginnen met het Feest van de Intocht. Daarbij werd dan gebruik gemaakt met een meestal houten ezel, waarop een beeld van de Messias.

Het Rijksmuseum te Enschede bezit een fraai exemplaar. Rond het verhaal van de begrafenis, de hemelvaart en het pinksterfeest kwam de gemeente in beweging. Eerst vond er een processie plaats, waar als het ware de palmezel voorging. Die intocht verbeeldde een palmezel, met op de rug de figuur van Christus in koninklijke dracht. Het volk juichte en zwaaide met palmtakken, zoals in de tijd van Christus.{Het Rijksmuseum te Enschede bezit een mooie palmezel uit ± 1300 en gemaakt in Zuid-Duitsland.}

Afb. 01: Hemelvarend beeld uit ca 1740 in het Frankisches Museum Feuchtwangen

Op Goede Vrijdag was er de symbolische begrafenis. In een meestal beschilderde kist werd òf een beeld van Jezus òf een crucifix ten grave gedragen. Een mooi “Hemelvarend beeld” is nog te zien in het Kurhausmuseum in Kleef. Het is gemaakt door Meester Arnt van Kalkar en Zwolle en dateert uit 1476. Een dergelijk beeld werd dan symbolisch begraven in de genoemde kist en rustte daarin tot de Paasmorgen. Op Paasmorgen werd het beeld uit de kist gehaald en op het hoofdaltaar geplaatst.
Op die dagen wordt de Opstanding van de Heer luisterrijk gevierd en uiteraard niet alleen in Borne. Uit Oldenzaal bijvoorbeeld, de moederkerk van alle parochies in Twente, is bekend dat in de 15e eeuw, in de nacht voor Pasen rond drie uur, twee van de oudste kanunniken symbolisch het Christusbeeld nog liggend in de kist bewaakten. De mannen hielden de wacht bij het graf, melodieën zingend met zachte stem. De zondag daarna zou de Paasmorgen aanbreken. Rond drie uur in de nacht luidden de klokken. Dan kwam er een jongen van de Oldenzaalse kapittelschool, begeleid door de schoolmeesters de kerk in, wanneer dan het beeld uit het graf werd gehaald, zongen ook zij op zachte toon een bijpassende hymne. De kanunniken en enkele vrouwen brachten het Christusbeeld naar het hoofdaltaar. Het beeld werd plechtig op het altaar geplaatst. Daar bleef het veertig dagen staan: de veertigdaagse Paastijd tussen Pasen en Hemelvaart.

Hemelvaart

Dan gaat de hemelopening een rol spelen. Het wordt dan ook duidelijker, hoe belangrijk de opening is. Het is ook af te lezen in de gewelven van de Blasiuskerk van Delden. Daar is ook een hemelopening, maar daar zijn de gewelfschilderingen gedeeltelijk aanwezig, die betrekking hebben op de vieringen rond Hemelvaart. De enkele engelen, die de martelwerktuigen van de Heer dragen: het kruis, de geselpaal, de spons en de palmtak: Het leed was voorbij: het is volbracht.

Afb. 02: De hemelopening in de Oude Kerk in Borne
Afb. 03: De rijkelijk versierde hemelopening in de Blasiuskerk in Delden

Dan haalt men het beeld van de Verlosser los van het altaar en wordt op de grond, vóór het koor en onder de hemelopening geplaatst. Boven op de gewelven heeft de koster achter een katrol plaats genomen. Het spel kan beginnen. Vrouwen en soms ook kinderen, verkleed als engelen komen aan en vertellen de priester hun verbazende ontdekking: het graf van de Heer was leeg!! De vrouwen spelen de rol van Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jacobus, Salomé. Apostelen zijn er bij en zij zingen in koor. Een koor dat luidkeels de bijpassende psalmen laat horen, begeleid door luide muziek. Tijdens het zingen trekt de koster het beeld naar boven, tot het in het duister van de zoldergewelven verdwijnt. Een regen van rozenblaadjes daalt neer op de gelovigen.

Op de eerstvolgende pinksterzondag zal de heilige hemelopening nog één keer worden geopend. Het is de dag, waarop de beloofde Geest van God wordt herdacht. Het wordt ook wel de verjaardag van de kerk genoemd. De bijpassende hymne: Veni creatos Spiritus moet luid worden gezongen. Een duif, meestal een beeld van een duif, wordt tijdens het zingen van de hymne neer gelaten. Dan wordt de opening voor een jaar gesloten. In de Calvinistische Republiek voorgoed. Daar krijgt de opening een andere naam. Het zou geschikt blijven bij de nodige begrafenissen en er graven moeten worden geopend. Wie de begrafenisplechtigheden in de Kronieken van Sweder II Schele leest, weet wel beter.

Vóór de begrafenis zelf staan de kerkdeuren de hele dag open. Voor wat betreft de zorg van de kerk voor haar kunstwerken heeft zij een niet al te beste naam! Vooral bij restauraties, mede als het gaat op ontdekte schilderingen of de {resten van} grafelementen schrijft Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins: “Zelfs in Borne, waar de grafsteenen vóór de restauratie van enkele jaren geleden {het boek is van 1925!} onder de planken vloer lagen, heeft men kans gezien de versieringen weg te kappen of te stelen.” De kerk verloor aan het eind van de negentiende eeuw haar epitafen en rouwborden. De schilderingen verdwenen onder een kalklaag. Deze muurschilderingen werden echter rond 1920 bij een restauratie herontdekt en mede onder aandrang van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg zo goed als mogelijk gerestaureerd. Het blijft toch belangrijk, dat de resten er nog te zien zijn. Hoe dan ook, de oude verhalen worden nog steeds verteld. Het verhaal van de volle betekenis van de oude verhalen in het Nieuwe Testament.

Bronnen

  • Mr.P.C .Bloys van Treslong Prins – Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden etc., Utrecht 1925
  • J.J. Grootenboer – De Oude Kerk van Borne, Hengelo, 2006
  • Justin Kroeze – {m.m.v. Ike de Loof} – Heilige graven in Groningen, In Groninger Kerken, no.4, okt. 2006
  • Saskia van Lier – van Hemelpoort tot hellenmuil, Assen/Groningen 2008
  • Henk van Os – Beelden van de Achterkant, In Beeldenstorm no. 5, Amsterdam 2001
  • Dr.C.P.J. van de Ploeg – Het gat in de hemel van de Der Aa-kerk in Groninger kerken, juni 2001
  • Joh. Tripps – Das handelne Bildwerk in der Gotik, Berlijn 2000-II
  • Dr.A. van Veldhuizen – Uw goedheid kent geen jaargetijden, Kampen 1930

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar inhoudsopgave 2018-02)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)