Boorn & Boerschop 2015-03: De Onderlinge Ziekteverzekering St. Stephanus voor leden van de parochie Hertme 1930-1963

Auteur: Anja Tanke

Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld: als er aan onze gezondheid iets mankeert, gaan we de dokter. En de rekening? In veel gevallen wordt die betaald door onze ziektekostenverzekering. Een gerust gevoel dat we niet zelf voor de (hoge) kosten opdraaien. Zo’n 125 jaar geleden was de situatie heel anders. Destijds richtten diverse grote bedrijven, onder andere uit sociaal oogpunt, voor hun werknemers een ziekenfonds op. Een hele verbetering en een zorg minder, want als je daar werkte, was je verzekerd. Het betekent dus ook dat een grote groep niet op de één of andere wijze verzekerd was tegen ziektekosten. Dit verhaal gaat over een groep mensen die op dit punt voor zichzelf moest zorgen en de wijze waarop ze dat gezamenlijk hebben aangepakt.

Inleiding
Door gebrek aan wetgeving was tot aan het begin van de 20ste eeuw een verzekering tegen ziekte een vrijwillige aangelegenheid. In Hertme nemen schoolmeester J.B. Mensink en pastoor E.J. Kemperman het voortouw om te komen tot een zogenaamde ziekteverzekering voor inwoners van de parochie Hertme.
De verzekering bestaat niet meer, maar het archief van de Onderlinge Ziekteverzekering St. Stephanus is bewaard gebleven en kan nog steeds geraadpleegd worden in het Borns gemeentearchief. Qua omvang is het archief zeer beperkt, het bestaat slechts uit één archiefdoos, maar getuigt wel van een bijzonder plaatselijk initiatief: met elkaar en voor elkaar zorgen voor betaalbare ziektekosten.

Een stukje geschiedenis

Alvorens in te gaan op de Hertmese verzekering eerst een korte schets van het ziekenfondswezen in Nederland vanaf de 19de eeuw.
In de 19e eeuw ontstaan verschillende soorten ziekenfondsen, zoals commerciële fondsen, onderlinge arbeidersfondsen en fondsen opgericht door artsen en apothekers. Bij wet is nauwelijks iets geregeld. De overheid bepaalt uitsluitend welke verstrekkingen in de fondsen opgenomen zijn. De ziekenfondsverzekering is vrijwillig en in de praktijk zijn veel mensen niet verzekerd.

Afb. 01: Pagina uit de notulen. Links een deel van de allereerste vergadering op 8 november 1930, rechts de oprichtingsvergadering. Het handschrift is van meester Mensink.

In 1908 geeft minister A. Kuyper in verband met een door de Kamers vast te stellen ziektewet opdracht om de bestaande verzekeringen op het gebied van ziekengeld, ziektekosten en begrafenisgeld in kaart te brengen. In onze gemeente zijn actief:

  • Bornsche Ziekenfonds;
  • Ondersteuningsfonds der machinefabriek “Holland”;
  • Ondersteuningsfonds der R.K. werkliedenvereeniging “St. Jozef”;
  • Ondersteuningsfonds der stoomspinnerij en weverij voorheen S.J. Spanjaard;

Pas in 1941 wordt de eerste wettelijke regeling van kracht: het Ziekenfondsenbesluit. Voor grote groepen mensen komt dank zij deze regeling gezondheidszorg beschikbaar. Iedereen die verzekerd is voor de Ziektewet en een inkomen heeft beneden ziekenfondsgrens, te weten ƒ 3000,– per jaar, moet zich bij een ziekenfonds voor de verplichte verzekering aanmelden. Het verstrekkingenpakket is gebaseerd op dat van de Duitse sociale verzekering. De verplichte verzekering wordt gefinancierd door inkomensafhankelijke werknemers- en werkgeverspremies. Door de financieringsgrondslag te wijzigen komt er meer geld beschikbaar voor de uitbreiding van de zorg.
De vrijwillige ziekenfondsverzekering van vóór het Ziekenfondsenbesluit bleef bestaan voor alle andere Nederlanders met een inkomen beneden de ziekenfondsgrens, zoals ambtenaren, zelfstandigen en bejaarden. De verplichte en de vrijwillige verzekeringen werden in 1957 aangevuld met een ziekenfondsverzekering voor 65+-ers: de bejaardenverzekering(1).

De oprichting van de vereniging

De eerste vergadering om te komen tot een ziekteverzekering vindt plaats op 8 november 1930 in café Liedenbaum. Als tijdelijk voorzitter treedt op schoolmeester J.B. Mensink. Hij is van mening dat de verzekering op de volgende grondslag zou moeten rusten: “steunt elkander, als de kosten boven een zeker bedrag gaan”. Negentien gezinshoofden van Hertme zijn bij de vergadering aanwezig: de heren E.J. Kemperman, J. Meijer, G. Meijer, H. Lucas, G.H. Lucas, E.A. Stege, H. Oude Egberink, B. Velthof, Meulenbroek, J. Weghorst, G.J. Braakhuis, J. Homan, L.J. Barendszen, G.J. Lohuis, J. Liedenbaum, H.J. Boomkamp, J. Kleissen, A. Misdorp en J.B. Mensink.


Wat staat er in het eerste reglement?

  • Alle R.K. personen kunnen lid worden die naar oordeel van het bestuur een over goede gezondheid beschikken. Niet R.K. personen kunnen onder gelijke rechten lid worden, maar zij hebben geen enkel stemrecht.
  • Personen ouder dan 45 jaar, die voordat zij deze leeftijd bereikten in Hertme woonden, kunnen na medische keuring (voor eigen rekening) lid worden als zij de dubbele contributie betalen.
  • Personen ouder dan 60 jaar, die voordat deze leeftijd bereikten in Hertme woonden, kunnen na medische keuring (voor eigen rekening) lid worden, de contributie is 3x zo hoog als voor iemand in de categorie van 16/45 jaar.
  • Leden die de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben, hebben stemrecht tot het verkiezen van een te benoemen bestuur. Een gezin kan zich laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde. Elk gezin brengt één stem uit.
  • Het bestuur bestaat uit vijf leden, een voorzitter, een secretaris / administrateur, een geestelijk adviseur (de pastoor van de parochie Hertme) en twee leden. De voorzitter en de secretaris vormen het dagelijks bestuur.
  • De jaarvergadering vindt ieder jaar plaats in maart. Bij verzuim van de jaarvergadering zonder afmelding betaalt het lid ƒ 1,–.
  • De gelden worden door het bestuur belegd. Een batig saldo over een boekjaar wordt gestort in een reservefonds, te vormen tot een bedrag van minstens 10% van de te ontvangen jaarcontributie.
  • Bij geschillen tussen verzekerden en het bestuur wordt in hoogste instantie beslist door een ‘scheidsgerecht’. Dit gerecht bestaat uit drie leden: één namens het bestuur, één namens de verzekerde en de scheidsrechters benoemen samen de derde. Kunnen zij het niets eens worden, dan wordt deze aangewezen door het bestuur van het Wit Gele Kruis in Almelo.
  • Uitsluitend verpleging in R.K. ziekenhuizen is toegestaan, noodgevallen uitgezonderd.
  • De contributie is als volgt vastgesteld: voor volwassenen 40 cent per maand, voor kinderen 20 cent per maand. Elk gezin betaalt voor niet meer dan drie kinderen. Kostgangers en huisgenoten betalen 10 cent per maand.
  • Het entreegeld bedraagt ƒ 15,– per gezinshoofd en moet bij inschrijving worden voldaan.
  • De verzekering keert uit als de dokterskosten aan huis en de dokters- en verplegingskosten in een ziekenhuis het bedrag van ƒ 50,– overschrijden. (Feitelijk is er sprake van een eigen risico van ƒ 50,–.)
  • Uitsluitend verpleegkosten in de laagste klasse van het ziekenhuis worden vergoed.
  • Geen recht op uitkering bij grove nalatigheid, dronkenschap, onzedelijke levenswijze als oorzaak voor een ziekenhuisopname. Geen recht op uitkering bij opname in een krankzinnigeninstituut of sanatorium.

Op voorstel van J. Homan wordt een voorlopige ledenlijst opgesteld en een klein bestuur benoemd. Besloten wordt dat Mensink en dokter Panhuijsen uit Borne samen met pastoor E.J. Kemperman een “reglement in elkaar timmeren”.
Ruim twee weken later, op 24 november vindt de oprichtingsvergadering plaats. Het concept reglement is klaar en zal in z’n geheel worden voorgelezen en per artikel worden behandeld om fouten te voorkomen. Om 22.00 u., na ruim twee uur overleg en wikken en wegen slaken de aanwezigen een zucht van verlichting als het reglement eindelijk goedgekeurd kan worden.
De vergadering besluit tot het oprichten van een onderlinge verzekering. Daarmee wordt bedoeld een vereniging waarbij de winst op de exploitatie òf wordt uitgekeerd aan de leden, òf werd gebruikt om het pakket aan verstrekkingen te vergroten òf werd ondergebracht in reserves(2).

Het doel van de vereniging is: voor de leden van de St. Stephanus, alsmede voor al hun huisgenooten, uitgezonderd dienstpersoneel, het risico te aanvaarden van dokterskosten thuis en dokters- en verplegingskosten in een ziekenhuis.

Slechts 13 gezinshoofden (en daarmee hun gezinsleden) worden direct lid: E.J. Kemperman, J.B. Blenke, J.A. Homan, J.B. Mensink, J. Liedenbaum, G. Meijer, J. Meijer, G. Weghorst, A. Misdorp, B. Veldhof, E.A. Stege, G.H.W. Lucas en G.J. Braakhuis. Vrij snel na de oprichtingsvergadering worden ook lid: B. Zegger, H. Olde Veldhuis en J.W. Olthof. Er wordt gestemd over de bestuursfuncties, gekozen worden: J.B. Blenke voorzitter; J.B. Mensink secretaris-administrateur; G. Meijer, J. Liedenbaum en J.A. Homan leden; E.J. Kemperman geestelijk adviseur.

Bestuurs- en jaarvergaderingen

Bestuursvergaderingen worden gemiddeld vier keer per jaar gehouden. Meester Mensink schrijft dat deze plaatsvinden in de ‘schoolkamer’. Tijdens de bestuursvergaderingen wordt de jaarvergadering voorbereid. Maar met name wordt besproken welke medische kosten vergoed dienen te worden op basis van het reglement. In de notulen worden met regelmaat van verzekerden de kwalen en de behandelend artsen genoemd. Als het bestuur er niet uitkomt of wel of niet uitgekeerd moet worden, worden inlichtingen ingewonnen bij ter zake kundige artsen of bij het Ziekenfonds Hengelo-Borne. Het bestuur doet zorgvuldig en consequent haar werk. In één geval betekende dat een lid een vergoeding voor ziekenvervoer per auto moest terugbetalen omdat later bleek dat uitbetaling niet met het reglement strookt. Een andere verzekerde, die een behandeling van zogenaamde ‘radiumstralen’ moet ondergaan, krijgt deze kosten vergoed.

Toch wordt niet iedereen geaccepteerd als lid. Als pastoor Van de Grootevheen in 1938 lid wil worden, wordt zijn verzoek besproken in de jaarvergadering. De pastoor verlaat daarom tijdelijk de vergadering. Besloten wordt de pastoor, hij heeft diabetes, niet te accepteren als lid omdat er teveel onzekere consequenties voor de toekomst aan vastzitten.

Jaarvergaderingen worden gehouden in zaal Liedenbaum en zijn verplichte kost voor de leden. Wegblijven zonder afmelden wordt beboet. Jaarlijks terugkerende onderwerpen zijn het jaarverslag, de financiële situatie en de premie, het aantal leden (gezinnen), bestuursverkiezingen en wijzigingen in het reglement. Iedereen kan zijn zegje doen en dat levert soms flink discussies op. Meester Mensink notuleert het allemaal.

Eén van die discussies ontstaat rond het eigen risico. Het bedrag van ƒ 50,– is voor een aantal leden een groot struikelblok. Als in 1937 een mooi bedrag in kas is, willen zij graag dat het eigen risico verlaagd wordt naar ƒ 40,–. Tijdens de jaarvergadering van dat jaar lopen de gemoederen hoog op. Bestuurslid Meijer zegt dat hij als bestuurslid gaat bedanken als de meerderheid van de vergadering doorzet tot verlaging omdat hij degene is die naar de schuldeisers toe moet. Daarop verlaten een aantal leden boos de vergadering. De kwestie suddert door en bestuurslid Homan stapt een paar maanden later op. Tijdens de jaarvergadering van 1938 wordt opnieuw gestemd over de verlaging van het eigen risico: 6 van de 21 stemgerechtigden is voor verlaging. Daarmee is het voorstel afgewezen. Een jaar later stelt Homan zich weer verkiesbaar als bestuurslid.

De nieuwe parochie Zenderen

Pastoor Kemperman heeft in de kerk in Zenderen medegedeeld dat “in het gebouw” in Zenderen op 8 december 1930 een informatieavond wordt gehouden om het doel en het reglement van de nieuwe vereniging te bespreken. Dat heeft tot gevolg dat tijdens de eerstvolgende bestuursvergadering op 21 december vijf inwoners uit Zenderen zijn afgevaardigd. Meerdere gezinnen uit de binnenkort op te richten parochie Zenderen willen graag lid worden en tijdens de vergadering worden de zogenoemde “Zenderense rechten” onderwerp van gesprek. Het bestuur besluit op 28 december dat gezinnen uit de parochie Zenderen kunnen toetreden mits dat reglementair wordt vastgelegd; het dagelijks bestuur én een meerderheid van de bestuursleden uit leden van de parochie Hertme bestaat en Zenderense bestuursleden gekozen worden door leden van de parochie Zenderen.

Op 6 februari 1931 is de splitsing van de parochie Hertme een feit(3). Het westelijk deel wordt afgesplitst in een nieuwe parochie Zenderen. De kersverse ziekteverzekering ziet haar werkingsgebied vrijwel direct na haar ontstaan een stuk kleiner worden.

Afb. 02: Pagina uit het kasboek van de vereniging

Uiteindelijk gaat het allemaal niet door. Meester Mensink heeft niets vermeld van een motivering waarom gezinnen uit de parochie Zenderen niet deel kunnen nemen aan de ziekteverzekering. Hij vermeldt in het jaarverslag over 1930: “Pogingen om met Zenderen één vereniging te vormen, leden schipbreuk”.
Medio 1952 is er toch een (eigen) ziekteverzekering opgericht in Zenderen voor inwoners van Zenderen.

Innen van contributie

Het innen van de contributie was een taak van administrateur Mensink. In de praktijk betekent dat hij zes keer per jaar op de fiets langs alle gezinshoofden gaat om geld op te halen. Tijdens de jaarvergadering van 1935 wordt besloten om bij wijze van proef het innen bij inschrijving te laten verlopen.

Het gezin Stege is de laagste inschrijver met ƒ 5,–Het gezinshoofd waartoe de zogenaamde bode behoort, is aansprakelijk en de gelden moeten voor de 15de van de maand bij Mensink worden afgedragen. Kennelijk is deze werkwijze goed bevallen. In de daarop volgende jaren worden deze opnieuw geïnd op basis inschrijving door verschillende Hertmese gezinnen. Deze wijze van contributie innen wordt aangehouden tot 1964. De laatste 15 jaar is Bernard Oude Veldhuis steeds de goedkoopste of enige inschrijver. In 1949 vraagt hij ƒ 15,–. In 1963 ontvangt hij ƒ 70,– voor 36 gezinnen, waarvan er een aantal niet (meer) in Hertme wonen. Misschien wel gelukkig voor hem, gaat het gezin Meijer uit Bornerbroek vanaf 1952 per giro betalen.

Periode 1940-1945

Eind 1940 heeft de verzekering een mooi bedrag op het spaarbankboekje staan: ƒ 846,86. Slechts één jaar eerder was het saldo nog hoger. Maar in 1941 wordt administrateur Mensink geconfronteerd met de ziektekosten van de zoon van één van de leden, een jonge soldaat. Tijdens de jaarvergadering in 1941 wordt daarom besloten tot een contributieverhoging van 25%. Het batig saldo over 1941 is 24 cent. Als gevolg hiervan zijn niet alle rekeningen betaald. Mensink heeft de rekeningen van de ziektekosten opgevraagd en deze opgestuurd naar het Ministerie van Defensie, ongetwijfeld met de hoop dat deze voor betaling zal zorgen. Omdat de financiële situatie van de verzekering precair is, wordt tijdens de jaarvergadering van 1942 besloten dat alle leden twee maanden extra noodpremie betalen.

Afb. 03: J. Liedenbaum
Afb. 04: J.A. Homan
Afb. 05: W.G. Meijer
Afb. 06: J.B. Blenke

De in werkingtreding van het Ziekenfondsbesluit op 1 november 1941 heeft ook gevolgen voor de Hertmese verzekering. Drie gezinshoofden worden verplicht ingeschreven bij een ziekenfonds, te weten: Liedenbaum, Monnink en Olde Veldhuis. In de notulen wordt genoteerd “met overmacht gedwongen”, want men wil graag lid blijven. Zij gaan ƒ 0,25 per jaar betalen maar kunnen geen aanspraken maken op vergoedingen. Bij een eventuele herintreding worden geen entreekosten berekend.

Een nieuw begin

De laatste notulen in de oorlogsperiode zijn van de jaarvergadering van 26 mei 1942. Op de eerstvolgende pagina in hetzelfde schrift, schrijft meester Mensink de notulen van de eerste ledenvergadering na de oorlog van 8 januari 1946.
Allereerst ligt de vraag voor hoe het nu verder moet met de vereniging: opheffen of voortzetten. De aanwezigen besluiten om de vereniging voort te zetten. Daarom wordt direct een nieuw bestuur gekozen dat bestaat uit J.B. Blenke, J.B. Mensink, J.A. Homan, G.H.W. Lucas en W.G. Meijer. De contributie wordt nog maar drie of vier keer per jaar geïnd. Het inschrijfsysteem voor de inning ervan, zoals als dat voor de oorlog is ingesteld, blijft van kracht.

Ook de administratie wordt op orde gebracht. Mensink geeft iedereen de gelegenheid om op zondag 14 januari met het trouwboekje bij hem langs te komen. Hij schrijft 21 gezinnen in.
Kennelijk heeft de vereniging geheel stilgelegen tussen mei 1942 en januari 1946. Er zijn geen notulen, geen uitkeringen gedaan voor medische kosten en de ledenadministratie is niet bijgewerkt.
Het bestuur verricht haar werk op identieke wijze als voor de oorlog. In de bestuursvergaderingen worden de vergoedingen voor medische kosten ten gevolge van diverse kwalen van verzekerden besproken. Zo nodig worden staande de vergadering inlichtingen ingewonnen bij de huisarts van de verzekerde of bij diens specialist. Het bestuur wikt en weegt, toetst zeer zorgvuldig het reglement en gaat consequent te werk. Maar feitelijk komt het er op neer, dat de volledige ziektegeschiedenis van verzekerden die rekeningen indienen, bekend is bij alle bestuursleden.

Verder bereidt het bestuur de jaarvergaderingen en voorstellen voor contributieverhogingen en wijzigingen van het reglement voor.

Waardering voor meester Mensink

In de jaarvergadering van 1947 wordt een voorstel aangenomen om de administrateur Mensink te belonen met een hogere vergoeding (hij ontvangt nu ƒ 10,– per jaar) voor het werk dat hij voor de vereniging doet, naast als het andere goede werk dat hij verricht voor de Hertmese gemeenschap. Hij wijst het voorstel van de hand en geeft aan tevreden te zijn met de huidige vergoeding. Tijdens de jaarvergadering van1948 accepteert Mensink wel een verhoging van de onkostenvergoeding van ƒ 25,–. Het wordt hem met terugwerkende kracht toegekend met ingang van 1947.

Stijgende kosten en vergoedingen

Vanaf eind jaren ’40 stijgen de medische kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. De contributie wordt daarom in de komende jaren telkens verhoogd om de aan de verplichtingen te kunnen voldoen. In 1951 betalen volwassenen ƒ 1,50 en kinderen 75 cent per maand. Maar ook de hoogte van vergoedingen worden besproken in de jaarvergaderingen. Vanaf 1950 keert de verzekering een bedrag van ƒ 50,– voor de kosten van een bevalling. Leden discussiëren over het eigen risico en alle uitgekeerde bedragen per gezin worden in de vergadering voorgelezen. Niets blijft dus geheim.

De opheffing

Hoewel er jaarlijks een aardig bedrag in kas is, is de buffer maar klein, gaan de leden meer contributie betalen en wordt het eigen risico hoger. In 1961 wordt de contributie verhoogd naar ƒ 8,– voor volwassenen en ƒ 2,50 voor kinderen per maand. Uit onderzoek van het bestuur blijkt dat dit bedragen zijn die ook door andere verzekeringen berekend worden. De verhoging zorgt er voor dat de vereniging meer reserves krijgt.

Afb. 07: J.B. Mensink

In 1963 wordt de financiële toestand van de verzekering snel slechter, er zijn hoge rekeningen. Het bestuur weet dat er nog voor een groot bedrag uitgekeerd moet worden en een aantal leden heeft een betalingsachterstand van de contributie.

Inmiddels heeft het bestuur twee personen aangewezen om informerende gesprekken te voeren met de verzekeringsinstelling van de katholieke A.B.T.B. Deze vraagt nu allerlei financiële gegevens op en de leden worden gevraagd een lange vragenlijst in te vullen.

Het bestuur wil in de ledenvergadering een gezamenlijk besluit nemen. Men komt eensgezind tot de conclusie dat samenwerking met A.B.T.B. de beste keuze is als de voorwaarden niet al te ongunstig zijn.
Tijdens de laatste bestuursvergadering op 9 december 1963 worden de ingevulde vragenlijsten besproken. De uitkomsten daarvan zijn niet rooskleurig. Slechts een kwart van de gezinnen wordt zonder voorbehoud direct geaccepteerd door de A.B.T.B. Uit correspondentie blijkt dat zes gezinnen niet in aanmerking komen vanwege gezondheidsredenen en/of leeftijd. De overigen moeten verplicht en bloc overschrijven of dienen eerst nog aanvullende keuringen te ondergaan. Voor een groot deel van de verzekerden houdt acceptatie bij A.B.T.B. een duurdere verzekering in.

Meester Mensink schrijft in februari 1964 een brief naar de A.B.T.B. met de mededeling “dat wij bij een andere verzekering zijn ondergebracht”. Niet vermeld wordt welke. Het “wij” duidt er wel op dat alle verzekerden tezamen zijn overgedragen. Het weerspiegelt dan volledig het door hem uitgesprokene “steunt elkander, als de kosten boven een zeker bedrag gaan”, in de eerste vergadering. Met andere woorden: we doen het samen en zorgen er op die manier voor, dat medeverzekerden, ook bij de nieuwe verzekering, niet voor hoge premies komen te staan.

Zo komt toch nog een abrupt einde aan een bijzonder plaatselijk initiatief dat ruim 33 jaar heeft bestaan, dat voorzag in een duidelijke behoefte en werd gedragen door inwoners van Hertme.

Afb. 08:

Noten

  1. www.kenniscentrumhistoriezorgverzekeraars.nl
  2. www.inghist.nl/pdf/zorgverzekeraars.nl
  3. http://www.heemkundegroephertme.nl
  4. De foto’s op pagina 20 zijn beschikbaar gesteld door J. Kolner.

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2015-03)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)