Boorn & Boerschop 2015-01: Jacob Jacobs. Een Borns-Joodse familie in het Duitsland van de jaren ‘30

Auteur: Annette Evertzen

Dit artikel gaat over de familie Jacobs en in het bijzonder over Jacob Jacobs, een Borns-Joodse man met de Nederlandse nationaliteit, die in de jaren ’30 in Duitsland een werkvergunning probeert te krijgen. Maar het regime is hem liever kwijt dan rijk….

Achtergrond

Vanaf 1847 woont de familie Jacobs in Borne, in dat jaar trouwt de Bornse Feije Lievendag met veehandelaar Jacob Jacobs uit Markelo. Jacob en Feije hebben de bijnamen Pilo en Pilo’s Fie. Jacob is paardenhandelaar en Feije zorgt voor de negen kinderen die ze krijgen. Tegen bedtijd heeft ze een vast commando: ‘Pap ettn, bidd’n en noa berre’.

Van hun kinderen blijven er drie in Borne wonen: Vrouwke, Hertog en Joseph. Vrouwke huwt haar neef Salomon Lievendag. Ze is dan al 38 jaar, maar krijgt nog drie dochters (Henriëtte, Jacoba en Sophia) voor ze op 45-jarige leeftijd in het psychiatrisch ziekenhuis in Deventer overlijdt. Misschien ten gevolge van een postnatale depressie? Vrouwkes broer Hertog werkt een tijd als slager in Borne, maar vertrekt in 1905 met zijn gezin naar Enschede. Joseph – de oudste zoon van Jacob en Feije – trouwt in 1891 met Friederika Miltenberg uit Laer (Dld.).

Joseph en Friederika krijgen vier dochters en een zoon: Feije (1891), Bertha (1893), Jacob (1895), Emma (1896) en Johanna (1897). Feije (genoemd naar haar grootmoeder) vertrekt naar Amsterdam, Bertha gaat als verpleegster in het psychiatrisch ziekenhuis Brinkgreve werken. Beiden worden tijdens de oorlog in de Duitse concentratiekampen vermoord. Johanna overlijdt als baby.
Jacob – die de naam van zijn grootvader draagt – en zijn zus Emma trouwen een Duitse partner en wonen in Duitsland. Over hen gaat dit verhaal.

Jacob Jacobs in Duitsland

Jacob Jacobs woont vanaf 1910 in Duitsland, eerst in Melle bij Osnabrück, en vanaf 1912 in Ahlen, ten zuidoosten van Münster. Net als zijn vader en grootvader is hij veehandelaar. Op zijn legitimatiekaart staat hij beschreven als een blonde 18-jarige man van gemiddelde lengte, zonder bijzondere kenmerken.
Rond 1922 trouwt hij met Julie Lazarus uit Trier. Julie’s vader is zeepzieder, haar broer Max is kunstenaar en verder heeft ze nog twee zussen: Nani en Berta.

Afb. 01: De toenmalige Hengeloschestraat rond 1900. Links de woning van Feije en Jacob. Geheel rechts de woning van Vos. Daarnaast het huis van dokter Eekman (nu Grotestraat 80). Foto: collectie gemeentearchief Borne, nr. 000260

Jacob en Julie krijgen geen kinderen. Jacobs moeder Friederika, die sinds1908 weduwe is, komt bij hen inwonen. Over deze tijd in Ahlen is verder alleen bekend, dat ze er enkele keren van adres veranderen. In 1933 keert de familie Jacobs terug naar Borne.
In 1934 besluiten ze om te gaan verhuizen naar Halle, de stad waar Jacobs zus Emma en haar man Albert Sachs sinds 1925 wonen. Jacob schrijft zich in op hun adres: Lange Strasse 25. Zijn vrouw Julie blijft voorlopig nog in Borne wonen.

Afb. 02: Max Lazarus: Trierer Hinterhäuser

Zwager Albert vraagt in februari 1935 voor Jacob een werkvergunning (Wandergewerbeschein) aan als veehandelaar. De politie van Halle stuurt de aanvraag door naar de staatspolitie van Bielefeld, waar wordt geconstateerd dat Jacob Jacobs niet veroordeeld is voor hoog- of landverraad (der Antragsteller ist wegen Hoch- und Landesverrat noch nicht bestraft); er zijn geen politieke bezwaren. Ook wordt vermeld dat hij een Jood is met de Nederlandse nationaliteit. Na betaling van drie mark wordt de vergunning gegeven.

Maar dan komt er toch nog een kink in de kabel: vijf weken later krijgt Jacob van de burgemeester het bericht dat de vergunning – zonder opgaaf van redenen – ingetrokken is en dat hij deze direct moet inleveren. ‘Sofort!’, staat er nog eens extra op de voor- en achterkant bijgeschreven in rode letters, onderstreept en met een uitroepteken. Er is bezwaar gemaakt door de NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij) die niet begrijpt dat een Jood zomaar een bedrijf kan beginnen.

Afb. 03: Werkvergunning in 1935 verleend aan Jacob Jacobs

Daarop stuurt de burgemeester van Halle een brief naar zijn ambtsgenoot in Ahlen, de vorige woonplaats van Jacob, met de vraag waarom Jacobs wel een vergunning voor 1933 heeft gekregen, maar niet voor 1934: wat is hiervan de reden? Is er iets nadeligs over hem bekend (ob und evtl. in welcher Beziehung Nachteiliges . . . bekannt geworden ist)? Maar uit Ahlen valt niets negatiefs over Jacob te melden: de enige reden voor het niet uitgeven van een nieuwe vergunning is dat hij in 1933 zonder afmelding bij de politie naar Nederland is vertrokken. Er is geen nieuwe vergunning verstrekt, omdat die niet is aangevraagd.
De burgemeester van Halle verzoekt nu het Ministerie van Justitie in Berlijn om een uittreksel uit het strafregister, maar in Berlijn zijn geen veroordelingen van Jacob bekend. Daarna wordt opnieuw contact opgenomen met Ahlen, dit keer direct met de politie: is er wel écht een vergunning voor 1933 verstrekt aan Jacob Jacobs? Vanuit Ahlen wordt dit wederom bevestigd.

Hoe hard de autoriteiten ook hun best doen, zowel in Ahlen als Berlijn valt er niets negatiefs over Jacob Jacobs te vinden. Dan volgt een brief van de Landrat (hoogste gezagvoerder van een district van een Duitse deelstaat) in Halle aan de regeringsadviseur in Bielefeld. De hele kwestie wordt in de brief als volg samengevat: de vergunning is ingetrokken uit voorzorg omdat Jacobs een huis wilde kopen. Dit zou voor onrust onder de bevolking zorgen, hij is immers een buitenlandse Jood. Omdat er geen wettelijke bezwaren tegen hem te vinden zijn, wordt in deze brief om een speciale regeling gevraagd: misbruik van het bedrijf met een staatsvijandig doel (Miβbrauch des Gewerbes zu staatsfeindlichen Zwecken).
In deze brief wordt ook aangegeven dat zowel Jacobs’ advocaat als het Nederlandse consulaat bezwaar aangetekend hebben tegen het intrekken van de vergunning. Het consulaat beroept zich erop dat er tussen beide landen een gelijkberechtigingsverdrag bestaat: Duitsers worden in Nederland als Nederlanders behandeld, en omgekeerd. Een goede behandeling van Nederlanders in Duitsland is van belang voor de in Nederland verblijvende Duitsers. Daarbij wordt door de Landrat de opmerking geplaatst dat de werkelijkheid in Nederland anders schijnt te zijn, zoals hij weet van een collega die eerder bij de Nederlandse grens werkte.

Ondertussen – het is april 1935 – doen de NSDAP en SS uit Ahlen hun best om belastende verklaringen tegen Jacob te verzamelen. Onverhuld omschrijven ze Jacob aan hun collega’s in Halle als ‘één der walgelijkste Joden’ (einer der widerlichsten Juden). Politiek is hij – zoals alle Joden – volstrekt onbetrouwbaar. Hij is een Bauernfänger, die gebruik maakt van de bekende Joodse methode, namelijk zakendoen met boeren uit de omgeving, van wie een groot deel het rassenvraagstuk nog niet begrepen heeft (der Rassenfrage noch hintenan marschiert). Op deze manier kon hij al gauw twee stukken land kopen, terwijl hij met lege handen naar Duitsland kwam. Hij heeft zich bovendien (eiferig) schuldig gemaakt aan rassenschande -dem ureigensten Gebiet der Juden-, door een Arisch meisje te ‘ontrassen’ (entrasst). Daarna liet hij haar zitten, terwijl hij beloofd had met haar te trouwen. Haar broer zou nog op hem geschoten hebben. Verder wordt Jacob een staatvijandige instelling verweten, die ja sowieso bei keinem Juden angezweifelt werden kann. Nadat de grond hem in Ahlen te heet onder de voeten is geworden, probeert hij nu zijn onzuivere praktijken naar elders te verplaatsen. Onderaan de brief staat: Heil Hitler. De brief wordt doorgestuurd naar de burgemeester van Halle.

In mei laat de Landrat weer van zich horen, opnieuw met het verzoek om de eerder gevraagde regeling (misbruik van het bedrijf met een staatsvijandig doel) toe te passen, omdat er geen wettelijke bezwaren tegen Jacobs te vinden zijn.

Vanuit het hoofdbureau van politie te Bielefeld wordt meegedeeld – zowel aan de burgemeester van Halle als aan de Landrat – dat er vertragingen opgetreden zijn, omdat de zaak voorgelegd is aan de staatspolitie in Dortmund. ‘Geheim’ staat er in rood boven de brief geschreven. In een vervolgbrief – weer staat ‘Geheim’ met rode letter onder en bovenaan – wordt vermeld dat Jacobs advocaat in geen geval mag weten dat de staatspolitie zich met deze zaak bezighoudt. Kennelijk moeten de activiteiten van de briefschrijvers verborgen blijven.

In juli 1935 komt de staatspolitie met een uitspraak: van de Jood Jacobs moet de vergunning ingetrokken worden:

  • hij heeft zich openlijk tegen de nationaalsocialistische beweging gekeerd;
  • hij kan de openbare orde in gevaar brengen

Achterop deze brief staat geschreven dat de echtgenote enige tijd geleden naar Nederland is gegaan (Julie heeft zich op 30 maart 1935 in Borne laten uitschrijven om in Halle te gaan wonen, maar ze keert op 8 mei weer naar Borne terug), en dat Jacobs haar ondertussen is gevolgd. Hun woning in Halle wordt al door anderen bewoond. Hiermee is de zaak opgelost.

Afb. 04: In 1935 komt de familie weer terug in Borne. Ze betrekken dan een woning in de Lantmanstraat, rechts naast het tunneltje. Foto: collectie gemeentearchief Borne, nr. 000170

Het Nederlandse consulaat tekent bezwaar aan: eerst komt er nog de vraag of Jacobs op een spoedige verstrekking van de vergunning kan rekenen.
Als het antwoord negatief is met daarbij de mededeling dat hij in mei naar Nederland vertrokken is, reageert het consulaat met de mededeling dat deze verhuizing slechts tijdelijk is. Nogmaals wordt verwezen naar de handelsvrijheid tussen beide landen. Maar de burgemeester blijft bij zijn besluit, Jacob Jacobs is langer dan 6 maanden uit Halle weg (het is inmiddels december 1935): de zaak is gesloten.

Terug in Nederland

Volgens de gegevens in het archief van Borne zijn er in de periode van 1933 tot en met 1935 verschillende verhuizingen tussen Nederland en Duitsland van zowel Jacob, zijn vrouw Julie als zijn moeder Friederika. Ze verhuizen vaak apart van elkaar. Naar de oorzaak van deze verhuizingen is het gissen, waren ze voor de zekerheid zowel in Duitsland als in Nederland aan het zoeken naar mogelijkheden om te wonen en te werken?

Julie en haar schoonmoeder verhuizen in 1933 uit Ahlen terug naar Borne, samen met Emma en haar dochter Friedel. Jacob Jacobs en Albert Sachs blijven in Duitsland achter. Jacob komt 4 maanden later naar Borne en vertrekt daarna voor korte tijd naar Osnabrück. In 1934 vertrekt hij naar Halle, waar Albert dan verblijft. Zijn vrouw en moeder vervoegen zich op verschillende tijdstippen bij hem, en vertrekken ook weer. De gegevens vanuit Borne zijn niet volledig, maar het lijkt erop alsof steeds iemand in het huis in Borne achterblijft, om die plek zeker te stellen.

Julie komt pas in maart 1935 naar Halle, misschien omdat haar man dan zijn vergunning gekregen heeft. Ze vertrekt begin mei 1935 weer naar Borne; ze is nog geen zes weken in Halle geweest. Jacob en zijn moeder volgen een paar weken later. Ze wonen aan de Lantmanstraat, rechts van het tunneltje.

Jacobs zuster Emma en haar dochter Friedel zijn in februari 1934 al teruggegaan naar Duitsland, naar Werther (grenzend aan Halle), de geboorteplaats van Emma’s man Albert. In augustus 1938 komt het hele gezin naar Nederland, vanuit Halle, waar ze aan de Adolf Hitlerstraat 25/1 woonden. Albert kon zolang ongestoord in Duitsland blijven wonen omdat hij in de Eerste Wereldoorlog gediend had: dat bood gedurende enige tijd bescherming.

In Nederland krijgt de familie Sachs een verblijfsvergunning: ‘Mits zij niet ten laste zullen komen van de openbare kas, (…) terwijl geen verdere familieleden van het gezin Albert Sachs van vreemde nationaliteit zullen trachten zich in ons land te vestigen’. Het gezin gaat ook in de Lantmantstraat wonen en Emma pakt in Borne haar baan als onderwijzeres weer op. Vanaf oktober 1941 geeft ze les aan de Joodse school in Almelo.

Aan de belofte om geen familieleden naar Nederland te halen, kunnen Emma en Albert zich niet houden, daarvoor is de situatie in Duitsland te ernstig. Vanaf de tijd dat ze in Borne wonen zet de familie Sachs-Jacobs zich in om familieleden naar Borne over te laten komen. Het zal ze alleen lukken met Alberts moeder, zij krijgt toestemming, maar daar is, voor zover bekend, geen gebruik van gemaakt. Albert probeert ook een verblijfsvergunning te krijgen voor zijn broer Philipp, die op dat moment al in een concentratiekamp zit. Hij is in levensgevaar, ook omdat hij aan lichte zenuwtoevallen leidt (schrijnend hoe ze eerlijk proberen te blijven en de zenuwtoevallen ‘licht’ noemen). De verblijfsvergunning komt er niet. Emma probeert enkele neven naar Borne te halen, ook dat lukt niet. De neven willen emigreren, maar aan aan die motieven wordt getwijfeld door de Bornse veldwachter ‘Aangezien ik in deze niet geheel overtuigd ben dat de beide genoemde personen (…) werkelijk pogingen doen om te emigreren, meen ik te moeten adviseren geen verblijfsvergunning aan hen te verlenen’.

Afb. 05: Emma Sachs-Jacobs te midden van haar Bornse leerlingen

Ook Julie probeert tevergeefs haar twee zussen naar Nederland te halen; ze willen net als hun broer Max naar de Verenigde Staten emigreren.

Moeder Friederika overlijdt in augustus 1942, ze is op de Joodse begraafplaats begraven. Diezelfde maand wordt haar schoonzoon Albert Sachs gedwongen naar het werkkamp Overbroek gebracht. Vijf weken later worden Emma en Friedel in Borne opgepakt en met Albert in Westerbork herenigd. Emma, Albert en Friedel krijgen banen in Westerbork. Albert weet op de frontstrijderslijst te komen, waardoor hij in aanmerking komt voor doorzending naar Theresiënstadt, waar de omstandigheden minder zwaar zijn dan in andere concentratiekampen. In april 1943 worden Albert en Emma naar Theresiënstadt gedeporteerd, waar ze opnieuw werk krijgen. In oktober 1944 worden ze toch doorgestuurd naar Auschwitz. Emma wordt daar waarschijnlijk gelijk vergast, Albert redt het in werkkampen tot februari 1945.

Dochter Friedel blijft tot januari 1944 in Westerbork werken en wordt dan naar Theresiënstadt vervoerd. Zij verblijft daarna ook nog in Auschwitz, Freiberg en Sachsen. Ze wordt onder meer gedwongen in een munitiefabriek te werken, ze is dan 15 jaar oud. Ze weet dit alles te overleven en trouwt in 1959 met de heer Frank in Antwerpen.

Jacob en Julie worden via Vught naar Westerbork vervoerd en vandaar direct naar Sobibor.

Voor Jacob en Julie, Emma en Albert zijn struikelstenen in de Lantmanstraat (nr. 19 en 34) geplaatst.
Julie wordt ook in Trier herdacht, daar ligt haar steentje tussen die voor haar zussen.

Afb. 06: Struikelstenen in Trier, op de foto Julie’s zus Berta

Met dank aan

Frauke Kessner, voor Jacobs foto en haar onderzoek in de archieven van Halle en Thomas Kupczik voor zijn foto’s en gegevens vanuit Trier.

Bronnen

  • Stadtarchiv Halle/Westfalen. CS 9 (i); Wandergewerbscheine, Politische Polizei etc. 1930-1938.
  • Archief gemeente Borne
  • Leurink, Leo. De melbuuln van Nazareth. Borne: Heemkundevereniging Bussemakerhuis, 2012.
  • Noordhuis, H., G.P. ter Braak en M.F.S. Kienhuis In verdrukking, verzet en vrijheid. Borne-Bornerbroek Hertme-Zenderen 1940-1945. Hengelo: Twentsche Courant

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2015-01)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)