Boorn & Boerschop 2015-01: Boekennieuws

Auteur: Jan F. Deckwitz

Afb. 01:

Titel : Knokploegen: Religie en gewapend verzet 1943-1944
Auteur : Coen Hilbrink.
ISBN : 9789089534705
NUR : 680
Aantal blz. : 280
Uitgever : Uitgeverij Boom, Amsterdam

Het is moeilijk je bij moordenaars, autodieven en gewapende roofovervallers rechtschapen jongemannen voor te stellen. Welopgevoed in een keurig kerks milieu en van kind af aan systematisch religieus opgevoed. Opgevoed met ‘gij zult niet doden’ en ‘gij zult niet stelen. Gehoorzaamheid verschuldigd aan een overheid die God boven hen heeft gesteld, een God voor wie ze ooit, oog in oog met Hem, verantwoording zullen moeten afleggen over wat ze met hun leven hebben gedaan. Hoe konden zij, mannen van de Landelijke Knokploegen (LKP), ernstige ‘misdaden’ zoals het doden van mensen plegen? En hoe hebben ze die gerechtvaardigd?

Dit is de opening van de auteur in het voorwoord van zijn boek “Knokploegen: Religie en gewapend verzet 1943 – 1944” en daarmee is het onderwerp bepaald. Wie waren de mensen in het verzet en tegen welke (religieuze) achtergrond werden hun activiteiten bepaald. Waren het ““terroristen” van de Landelijke Knokploegen? Vrijheidsstrijders, avonturiers, criminelen, helden? Wat dreef hen tijdens de Tweede Wereldoorlog tot gewapend verzet?”

Historicus Coen Hilbrink, wiens vader en grootvader door de Duitsers werden vermoord, onderzocht de drijfveren van de in meerderheid protestantse LKP’ers (LKP = Landelijke Knok Ploegen). Het eerste hoofdstuk van het boek gaat in op de thuissituatie van enkele verzetsstrijders waarmee een beeld wordt gegeven in hoeverre de huisgenoten betrokken waren bij de verzetsstrijder. De auteur schetst zijn eigen situatie in die tijd, hoe zijn moeder bij familie hoorde, dat haar man en schoonvader waren gefusilleerd; zij bleef achter, zelf net 29 jaar oud, met twee zeer jonge kinderen.
Meestal was het toeval waarbij direct handelen noodzaak werd, waarbij mensen omkwamen of juist niet. Kwamen de verzetsstrijders hierdoor in gewetensnood? Hier wordt de Puttense moordzaak aangehaald, waarbij een Duitse officier werd gedood. Als vergelding worden zes mannen en een vrouw in Putten doodgeschoten, ruim 600 mannen worden afgevoerd, komen in kampen, waar velen stierven. Het is gemakkelijk te stellen dat dit Gods wil was. Neen, de verzetsstrijders moesten ook met zichzelf in het reine komen. Dit is de kern van het dit hoofdstuk met vele voorbeelden, goed geschreven, onderbouwd en zeer lezenswaardig.

Vervolgens wordt de ervaring van de knokploegen beschreven en hoe op hun activiteiten werd gereageerd. De bezetter hanteerde tegen het einde van de oorlog ook grof geweld, waardoor verzetshelden vaak op verschrikkelijke wijze aan hun einde kwamen. De Nederlandse regering zat in de oorlogsjaren veilig in Engeland. Ze wisten het zo goed hoe “men” in Nederland moest handelen. Hilbrink komt tot nieuwe bevindingen over de bedroevende rol van koningin Wilhelmina en haar ministers bij de samenvoeging van het gewapend verzet in Nederland. De onverschilligheid van de bevolking, maar zeker ook vanuit de overheid, die na de oorlog geen of zeer weinig aandacht had voor de mensen van het verzet. Velen van hen verlieten daarom verbitterd ons land om hier nooit meer terug te keren. Het onbegrip over de activiteiten en de inzet werden “het verzet” nauwelijks in dank afgenomen.

In het hoofdstuk, getiteld “Gereformeerd” rijst direct de vraag: “Gereformeerd? Wat bedoel je?”. Dit wordt snel duidelijk als het maatschappijbeeld van vóór de oorlog wordt geschetst. Alles was in Nederland keurig geregeld, je wist hoe je je had te gedragen. Dat hierbij de gereformeerde religie wordt aangehaald wordt duidelijk, omdat hier religie en maatschappelijk functioneren vanaf de preekstoel aan de orde werd gesteld. Maar toen kwam de bezetting, aanvankelijk gebeurde er niet zoveel, Na de meidagen zagen weliswaar joden zich gaandeweg in een levensbedreigende positie geplaatst, maar het leefpatroon van massa’s Nederlanders zou pas echt worden doorbroken door acuut geworden dreiging van dwangarbeid in Duitsland. it begon al rond april 1941, maar trof vooral, vanaf de herfst 1942, steeds meer mensen die moesten kiezen of ze in Duitsland gingen werken, óf onderduiken. Een halfjaar later werden studenten verplicht de loyaliteitsverklaring te ondertekenen, wat in feite gelijkstond met zich melden voor dwangarbeid in Duitsland.

Men kwam geleidelijk in opstand en in verzet, velen doken onder. En dan moeten zaken anders worden geregeld om die onderduikers toch enigszins te kunnen laten functioneren. Het geweten gaat een rol spelen: is dit verantwoord, kunnen en mogen we dit doen?
Men moest handelen, soms zonder hierbij na te denken. In het persoonlijke vlak wordt dit wel zeer moeilijk en hoe ga je hier dan mee om? Verschillende intrigerende situaties worden beschreven. Maar Hilbrink gaat verder en beziet de situatie van uit religie, hoe predikanten stelling nemen maar ook van mening verschillen. Hoe gaan geloofsgenoten in de gemeente hiermee om? Dit wordt duidelijk als een Oost-Groningse predikant het niet eens is met een schrijven van een collega en dit interpreteert naar zijn gemeente. Het is goed dit eens na te lezen en vervolgens terug te kijken op je eigen situatie. Vanuit dit perspectief worden vervolgens acties in het verzet beschreven. Zeer bijzondere verhalen, getuigenissen van moed en vertrouwen van de verzetsstrijders. Of toch knokploegen?

De ontwikkelingen rond Huize Lidwina komen aan de orde. Het feit, dat het huis niet meer als rusthuis functioneerde. Grootvader Hilbrink die distributiebonnen en bonkaarten meeneemt naar huis als hij van de school in Almelo, waar hij les geeft, terugkeert naar Zenderen. Het heeft niet lang geduurd maar hij kon zomaar onderweg worden aangehouden met alle consequenties van dien. Hij heeft het gedaan! Er werden illegale blaadjes rondgebracht, een distributietransport overvallen Van lieverlee werd Huize Lidwina een oord voor mensen uit het verzet, een oord van waaruit acties werden ondernomen. Geen van de mensen heeft de strijd tegen de bezetter van meet af aan gezocht. Zo werd het huis, om zijn rustige en afgelegen plaats, langzamerhand een centraal oord voor het verzet met de veronrustende finale waarbij drie mensen worden vermoord en het huis wordt opgeblazen. Verschillende personen die betrokken waren bij verzetsacties vanuit Lidwina komen hierna aan de orde.

“Religie kent talloze facetten. Ze wordt in verband gebracht met positieve waarden, zoals gematigdheid, naastenliefde en verdraagzaamheid, maar even gemakkelijk met hun tegendeel: fanatisme, haat en intolerantie.” Vanuit deze stellingname wordt de strijd van grootmoeder Dina Hilbrink-Stuldreher en de schrijver Frederik van Eeden beschreven om tot de katholieke religie over te gaan. Hoe verschillend ook er in de familie over werd gedacht komt tot uiting in brieven die Cor Hilbrink aan zijn nichtje Hanny schreef, toen zij besloot in het klooster te willen gaan.
De oorlog is in het laatste half jaar van 1944 in aangekomen, het karakter van het verzet verandert na een landelijke reorganisatie in semi-militaire acties. Vanuit Londen was de wens “het gewapend verzet” samen te voegen in een ondergronds leger. Een omstreden besluit, de oprichting van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) onder leiding van prins Bernhard. Verraders waren er alom.
Na een dropping van mensen en materiaal uit Engeland op de Veluwe is de SD aanwezig: is er verraad in het spel? Verzetsstrijders vinden de dood of worden gevangen genomen en naar strafkampen afgevoerd. Het verliep anders: het was de regering in Engeland zelf die met haar beleid roet in het eten gooide. Wilhelmina dacht aan haar zelf, hoe ze teruggekeerd in Nederland verder moest. De verzetsstrijders werden geacht gedisciplineerd en geordend te opereren, een gang van zaken waar velen het niet mee eens waren. In deze laatste gang werden velen verraden en gedood.
De laatste paragrafen gaan over het optreden en de chaos onder de bewegende Duitse eenheden, over de landing van de “Jedburgh group” en de gevangenname van Ria Hermans. Ria die na verhoor de Duitsers naar huize Lidwina leidt met alle gevolgen van dien. Drie doden en een opgeblazen huis resteren.

In de epiloog wordt verwezen naar de herdenkingsbijeenkomst in Zenderen op 23 september 2015. Opvallend, dat hier geen van de religieuzen, die in de oorlogsjaren rondom Zenderen een bijzondere rol hebben gespeeld, vertegenwoordigd is. “Op Lidwina komen in de zomer van 1944 katholieke, protestantse en ‘rooie’ verzetsmensen” bijeen. ‘Een gewoonte die in deze periode een grote indruk op mij maakte,’ vertelde de Amerikaan John Olmsted”. Hilbrink verwijst ook naar de vrouwen en de rol die zij speelden in het verzet. De conclusie “Politiek speelde binnen diezelfde sociale context lange tijd nauwelijks een rol. Sociale verbanden, veelal gebaseerd op kerk en geloof, vormden het stevige bindmiddel van de knokploegen, zonder dat politieke inmenging van bovenaf nodig werd gevonden.” spreekt dan ook voor zich.

Ik heb het boek slechts digitaal tot mij gekregen en gelezen, vaak wilde ik stukjes teruglezen, wat lastig was. Toch heeft het boek indruk op mij gemaakt, ik had al zoveel gelezen over de oorlog en het verzet. Door dit boek, juist door de religie hierbij te betrekken, heb ik een andere kijk gekregen op deze periode. Geen wilde verhalen dus, maar een overwogen afweging van de situatie waarin mensen in nood moeten worden geholpen. Ik kan het boek dan ook iedereen aanbevelen!

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2015-01)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)