Boorn & Boerschop 2013-02: Boekennieuws

Auteur: Jan F. Deckwitz

Afb. 01:

Het Dijkhuis: bejaardenhuis, Borne 40 jaar in woord en beeld
Auteurs: T. van der Ploeg, R. Eenkhoorn en I. van der Veen
Uitgever: TriviumMeulenbeltZorg

Wie kent het Dijkhuis niet? Bijna 40 jaar is dit verzorgingshuis in Borne voor ouderen bijna beeldbepalend, zeker nadat enkele jaren terug er een totaal nieuw gebouw voor de ouderen is verschenen. Onlangs heeft de achterliggende stichting en beheerder Trivium Meulenbelt Zorg een boek laten verschijnen waarmee de historische ontwikkeling van het bejaardenhuis in Borne is vastgelegd. Aanleiding tot het schrijven van de geschiedenis is het 40-jarig bestaan van de stichting.

Het is een zeer overzichtelijk en degelijk boek geworden, zowel inhoudelijk als qua lay-out. Uiteraard is het boek rijkelijk voorzien van foto’s en kopieën van documenten.

Na het gebruikelijke voorwoord wordt aandacht besteed aan de “grote man” die aan de basis heeft gestaan bij de totstandkoming van het bejaardenhuis, schoolmeester en bestuurder Johan Dijkhuis. Een goed initiatief, want er wordt veel over deze bijzondere man gesproken maar er is weinig over hem vastgelegd. Ook zijn zoon Jos Dijkhuis blikt terug met herinneringen aan zijn vader.

In het boek worden vervolgens verschillende perioden onderscheiden. Het eerste hoofdstuk gaat over plannen maken en geld zoeken. Bij de plannen behoort ook het onderzoek naar een geschikte locatie voor het bejaardenhuis: dit wordt uiteindelijk de Bekenhorst.

Overzichtelijk worden de verschillende onderwerpen van de voorbereiding benoemd en beschreven. Vervolgens komen op gelijke wijze het bouwplan, de architect, de zoektocht naar geld en de inschrijving van potentiële bewoners aan de orde.
In het volgende hoofdstuk wordt de naamgeving en de bouw van het bejaardenhuis beschreven: het betreft de periode 1967 – 1970.
Terwijl de bouw van het bejaardenhuis vordert, wordt nagedacht over de inrichting en het toekomstig personeel: maar ook over de inrichting en taakomschrijving van het personeel komt aan de orde. En passant wordt gedacht aan de bouw van een aantal aanleunwoningen. Deze worden in later instantie ook gerealiseerd.
In 1971 wordt het gebouw geopend en dan trekken ook de eerste bewoners hier in. Een moeizaam jaar volgt waarbij kinderziektes naar voren komen. Over het geheel genomen zijn “de oudjes” zeer tevreden met het nieuwe woonoord.
Jubilea worden gememoriseerd maar ook de veranderende visie op de zorg. Het gebouw staat er slechts tien jaar wanneer men zich afvraagt of er een grondige verbouwing moet plaats vinden, danwel tot nieuwbouw moet worden overgaan. Hoe hierover werd gedacht, vindt u allemaal terug in het boek.
In elk hoofdstuk komen ook personen aan de orde die betrokken waren bij de verschillende activiteiten. Het zijn er teveel om hier te benoemen.
Tot slot worden de verschillende fusies met St. Theresia, het P.C. Borsthuis, Trivium en uiteindelijk ook met MeulenbeltZorg beschreven. Het is een voortdurende zorg om zo efficiënt mogelijk de organisatie te runnen en de bewoners goed te verzorgen.

Al met al is het een lezenswaardig boek geworden waarmee een goed inzicht wordt gegeven over de 40-jarige periode van het bestaan van het aanvankelijk bejaardentehuis, later het verzorgingstehuis

Afb. 02:

Ontduiken en onderduiken, verhalen van joden in Borne
Auteurs: Annette Evertzen en Stevine Groenen
ISBN: 978-90-810747-5-9
Uitgever: Stichting Verborgen Geschiedenis

In dit boek worden de lotgevallen van een aantal joodse inwoners van Borne tijdens de Tweede Wereldoorlog beschreven. Zij zochten en vonden manieren om aan de verordeningen en deportaties van de Duitse bezetter te ontkomen. Een aantal bereidde zich vroeger of later voor op een onderduik. Ze kregen, soms totaal onverwacht, hulp en doken onder. Anderen ontdoken via eigen wegen de maatregelen van de nazi’s en werden daarbij gesteund door het verzet.

Het boek is gebaseerd op archiefonderzoek en interviews met betrokkenen of nabestaanden. De laatsten stelden de auteurs niet eerder gepubliceerd materiaal, foto’s, brieven en documenten ter beschikking.
Met het verkregen materiaal hebben de auteurs een overzichtelijk boek samengesteld en getracht inzicht te geven in de wijze waarop de hulpverleners en hulpzoekenden met elkaar omgingen, tegen welke problemen men aanliep en hoe in sommige gevallen verraad werd gepleegd.

Het voorwoord is geschreven door Jo de Leeuw, een overlevende. Het is duidelijk dat de schrijver zeer betrokken is bij het onderwerp en relativerend zijn visie geeft op het gebeurde in de oorlogsjaren.

In de hierna volgende inleiding geven de auteurs een goed beeld van wat het betekende een onderduiker te zijn, de gevaren die er waren om aan de lastgeving van de bezetter te ontkomen maar ook om aan de regels die hulpverleners stelden te voldoen. Spanningen bleven niet uit en soms moest er met gevaar voor eigen leven worden ingegrepen. De auteurs beseffen dat ze niet aan alle gevallen, die in en rondom Borne aan de orde zijn geweest, kunnen beschrijven omdat er gewoon onvoldoende informatie beschikbaar is.

In het volgende hoofdstuk zijn drie interviews aan de orde, twee vanuit het standpunt van de hulpverleners Andries Koehorst en Gerrit Leushuis en één vanuit het standpunt van een hulpvrager: Anna Samuel. De hulpverleners wonen met hun gezin in het dorp aan de Morseltdijk en dienen zo min mogelijk aandacht te trekken. Laten we wel zijn, in een dorpsomgeving waar iedereen elkaar kent, zijn er weinig geheimen. Als dit soms niet lukt moet er met de nodige aandacht en spanningen actie worden ondernomen.

Het derde hoofdstuk geeft de beleving van de familie De Leeuw. Jo de Leeuw blikt terug en weet met een afstandelijke maar ook betrokken beleving zijn relaas goed te schetsen. Als klein kind wordt hij geconfronteerd met twee moeders. Met beiden heeft hij een goede band kunnen houden.

Een geheel andere situatie is die op de boerderij “De Pan” van de familie Juninck in marke Dulder. Hier worden niet alleen joden ondergebracht maar ook mensen uit het verzet, de hulpverleners. Soms waren er momenten dat hier wel zes of zeven onderduikers zaten. Wat dit aan spanning levert wordt goed beschreven. Ook de achtergrond van de onderduikers komt goed uit de verf.

Op gelijke wijze wordt in volgende hoofdstukken verschillende situaties beschreven over bekende joden in Borne. Steeds is het op de loer liggende verraad op de achtergrond aanwezig. Welke beslissing er in elk geval ook genomen wordt, elke keer zijn de gevolgen van ontdekking desastreus. Boer Juninck moet zijn medeleven en hulpverlening bekopen met een jaar gevangenisstraf in Vught.

Als lezer van het boek wordt je geconfronteerd met betrokkenen en hun namen. Omdat er veelal geen directe relaties is tussen genoemde personen mis je een samenhang. Je leest elk hoofdstuk meerdere malen om die relatie te vinden.
Toch krijg je een goed beeld wat hier in Twente gebeurde, zowel vanuit de situatie van de onderduikers, vooral de joden, maar ook vanuit die van de hulpverleners.

Het is goed dat dit boek is geschreven. Zoveel jaren na het gebeurde word je weer eens op de feiten van toen gewezen en denk je: dit mag nooit meer gebeuren!

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2013-02)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)