Boorn & Boerschop 2011-02: Een voorbeeldonderzoek: het gezin van Bernardus Hemmelder

Auteur: Anja Tanke

Bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan van ons verenigingsblad in december 2010 had de redactie een interview met burgemeester Rob Welten. Aan hem werd de vraag gesteld: “Hoe verleid je mensen er toe onderzoek te gaan doen?” De burgemeester antwoordde: “Dat is lastig, onderzoek doen heeft een zweem van ‘moeilijk’, ‘wetenschappelijk’ en ‘niet voor ons weggelegd”. Erg griezelig, dus moet je ze ervan overtuigen dat dat niet zo is en ze helpen om een goed spoor te vinden. Het gaat om de eerste stapjes te zetten, dat helpt”.

Inleiding

Om u te laten zien hoe een onderzoek kan beginnen moet je een onderwerp hebben, bijvoorbeeld een persoon, een familie, een woning of locatie. Ik raakte geïnteresseerd in de familie Hemmelder omdat Hans Gloerich mij een krantenknipsel mailde over “de verlaten huisvrouw” Joanna Hemmelder. Jan Deckwitz haalt in zijn artikel over Lubbert Drekkers in deze Boorn & Boerschop Bernardus Hemmelder aan. In korte tijd kreeg ik bij toeval informatie over twee personen uit deze familie. Dus dan word je nieuwsgierig. En dan ga je op zoek, je vraagt eens rond. Het resultaat van de deze nieuwsgierigheid leest u hieronder. En om met Jaap Grootenboer te spreken: ga op pad en overal zijn leuke terrasjes!

De eerste stap: het verzamelen van de basisgegevens: geboorte, huwelijk en overlijden. Eerst maar eens kijken op het internet: op www.genlias.nl bijvoorbeeld. Daar vindt u de akten uit de burgerlijke stand van veel Nederlandse gemeenten. Neem de eerste keer de tijd, er wordt veel uitleg gegeven over het gebruik van deze site. Voor gegevens uit de doop-, trouw- en begraafregisters uit de periode voor 1811 kunt u naar het gemeentearchief gaan. Als u de gegevens heeft genoteerd, dan weet u waar en wanneer de gezinsleden geboren, getrouwd en overleden zijn en welk beroep ze uitoefenden. Als u als startende onderzoeker deze gegevens boven water heeft gekregen, is dat al een mooie prestatie.

In dit voorbeeldonderzoek staat het gezin van Bernardus Hemmelder centraal. U treft gegevens aan over hemzelf, zijn echtgenotes, zijn kinderen en aangetrouwde kinderen. Van de aangetrouwde kinderen zijn uitsluitend hun namen en ouders vermeld. Om het overzichtelijk te houden zijn geen kleinkinderen genoemd. Hieronder wordt de beknopte genealogie weergegeven.

Verklaring van gebruikte afkortingen
geb.: geboren; ged.: gedoopt; tr.: huwelijk; d.v.: dochter van; z.v.: zoon van.

Bernardus Hemmelder, ged. Borne 29-10-1752, fabrikeur, blauwverver, logementhouder, kastelein, overl. Borne 10-04-1827, z.v. Wessel Jansen Hemmelder (ook genoemd Smid) en Gesina Barflo.

Tr. 1 Hengelo 21-05-1775 Maria Catharina Boom, overl. voor 1780, d.v. Hendricus Boom en Hendrina Wilberink.

Tr. 2 Borne 21-01-1780 Euphemia Maria Zijhof, geb. na 1755, overl. Borne 28-01-1808, d.v. van Lubbertus Zijhof en Angela Maria Wiggerinck.

Kinderen geboren uit het eerste huwelijk:

  1. Gerardus, geb. 1776, logementhouder in de Zwaan in Delden, overl. Stad Delden 12-06-1845, tr. Delden 02-05-1810 Hermina Morskate, logementhoudster, d.v. Albertus Morska(t)te, logementhouder in de Zwaan en Berendina Bennink.
  2. Henricus, geb. 1778, koopman, winkelier, overl. Zaandam 02-05-1825, tr. West-Zaandam 22-04-1804 Anna Catharina Söbbing, d.v. Johannes Adolphus Söbbing en Maria Schulenkor

Kinderen geboren uit het tweede huwelijk:

  1. Engelberta Maria (ook Angela Berta Maria), ged. Borne 17-05-1781, overl. Groenlo 25-03-1828, tr. Borne 11-09-1799 Jacobus Antonius Sandaal, logementhouder, tapper in Groenlo,
    z.v. Frans Sandaal en Hendrina van den Bosch.
  2. Joanna, ged. Borne 23-10-1782, overl. Borne 18-11-1815, tr. Borne 1802 Joannes (Jan) Ro(o)seboom, z.v. Derk Rooseboom en Maria Wolthaar.
  3. Wesselius, ged. Borne 07-04-1784, overl. voor 1787.
  4. Anna Maria, ged. Borne 26-12-1785, overl. voor 23-09-1802.
  5. Wenceslaus (Wessel), ged. Borne 05-12-1787, fabrikeur, koopman, katoenspinner, blauwverver, landbouwer, overl. Borne 05-09-1854, tr. Borne 19-02-1813 Gertruides Prinsen, d.v. Bernardus Prinsen en Bernardina Egberink.
  6. Anna Bertha, ged. Borne 13-10-1789, overl. voor 23-09-1802.
  7. Maria Gesina, ged. Borne 13-10-1791, overl. Stad Delden 09-04-1879, tr. Delden 10-05-1815 Gerhardus Rupert, smid, z.v. Jan Rupert en Johanna Ooink.
  8. Antonius Franciscus, ged. Borne 09-07-1794, secretaris, viskaal en magistraat, waarnemend notaris in Macassar, tr. Macassar 02-04-1826 Maria Antoinette Elsman.
  9. Henrica Wilhelmina, geb. Borne 1796, naaister, ongetrouwd, overl. Borne 24-04-1831.
  10. Odulphus (Adolf), ged. Borne 09-06-1799, smid, overl. Borne 12-12-1856, tr. Borne 30-08-1827 Aleida Lavarre, d.v. Hermannes Lavarre en Phina Niehof.
  11. Lubbertus, ged. Borne 21-11-1802, schoenmaker, koopman, overl. Deventer 06-09-1881, tr. Maria Geertruida Cunera Stegers, d.v. Matthias Wilhelmus Stegers en Christina Elisabeth Boers.

De tweede stap: wat kunnen we nog meer te weten komen?

Uitsluitend namen en data heeft u gevonden; hoe kleur je nu het leven van de gezinsleden in. Wat is er nog meer over hen te vinden? Ook in de tijd van Bernardus Hemmelder werden huizen gekocht, hypotheken afgesloten, gingen mensen naar de rechter en de notaris. Al die zaken werden op papier vastgelegd en in archieven bewaard. En meestal kunt u ze nu nog raadplegen. Weet u niet goed hoe en waar te beginnen? Vraag eens rond binnen onze vereniging of ga naar het archief in het Bornse gemeentehuis.

Wat heeft de zoektocht nu opgeleverd? Hieronder vindt u het resultaat in chronologische volgorde:

Bernardus Hemmelder en zijn erfgenamen kopen op 28 juni 1791 van de curatoren over de boedel van Lubbert Drekkers en Fenneken Ensink een ‘half’ huis voor het bedrag van ƒ 100,–. Het huis staat aan de Ennekerdijk op grond van de kerk en is bezwaard (een vorm van belasting) met een uitgang aan de kerk en een uitgang aan de Meijershof(1).

Op 25 april 1793 verstrekt koopman Bernardus Hemmelder een hypotheek van ƒ 800,– met 3% rente per jaar aan Lubbert Drekkers en Fenneken Ensink. Als onderpand geven zij hun ‘halve’ huis met daarbij de behorende grond, halve turfschuur en een zesde deel van de put(2).

Op de lijst van weerbare mannen van 1795 wordt ook Bernardus Hemmelder vermeld, hij staat er vermeld als verver(3).

Anna Geertruid ter Schiphorst, weduwe van Jan Teunis ten Cate verkoopt op 2 mei 1796 aan Bernardus Hemmelder en zijn erfgenamen ‘een huis en erf, hof en gaardengrond, bomen en plantages’ aan de Gemenestraate tussen de huizen van Franciscus Mulder en Bartholomeus Meijer(4).
Op 4 augustus 1800 verkopen Jan de Meijer en Johanna Geertruid Meijer aan Bernardus Hemmelder en Euphemia Marija Zijhof ‘een stuk land met een stuk grond met de bomen daar op staande’. Het stuk land is gelegen tussen het huis van koper, de Smitmaat, het land van koper en het land van Gerrit Olthof en Jannes Koenderink. Tevens kopen Bernardus en Euphemia een vrije mestweg die loopt voorbij het huis van Bartholomeus Meijer richting de Noordkamp(5).

Bernardus Hemmelder en Euphemia Maria Zijhoff krijgen op 31 december 1802 een hypotheek van hun (schoon)vader Lubertus Zijhoff wonende in Zwilbrock in het Munsterland. Ze geven als onderpand:

  1. een huis, hof en spijker met toebehoren gelegen tussen de huizen van Frans Mulder en Bartholomeus Meijer te Borne;
  2. een stuk land gelegen in den Ouden Esch tussen het land van G. Mulder en Joostman;
  3. een stuk land genaamd de Toonen, gelegen in den Nieuwen Esch naast het land van Antonij Scholten en Hermannes Misdorp;
  4. een stuk land gelegen in de Botkamp naast het land van Matheus Ensink en de kinderen van Jan Mulder;
  5. een stuk land gelegen in de legen Aakamp naast het land van Willem Maseland en Gerrit Jan Grotenhoff;
  6. Een stuk hooiland gelegen bij het Reschot, genaamd de Weleveldermate(6).

Jan Roseboom, getrouwd met Joanna Hemmelder en Willem Christiaan Lantman kopen op 30 augustus 1802 van de familie Eenhuis een huis met daarbij behorende hofgrond. Het huis staat in de Ennekerdijk naast het huis en hof van Jan Roseboom, langs de Gemeenenstrate en Gemeenengraven of tochtsloot te Borne(7).

Op 23 september 1802 maken Bernardus Hemmelder en Marija Eufemia Zijhof hun testament. Ze verklaren dat ze beiden gezond van lichaam zijn. Beiden benoemen tot erfgenamen in de legitieme portie hun kinderen Gerhardus, Hendrikus, Marija, Johanna, Wessel, Gezina, Antonij, Hendrica en Adolphus en de kinderen die alsnog uit hun huwelijk geboren worden.

Afb. 01: Johanna Hemmelder plaatst een bericht in de Opregte Haarlemsche Courant van 25 mei 1814. Haar man Jan Rooseboom is sinds 9 april jl. vertrokken en hij heeft sindsdien niets van zich laten horen. Hij zou gezien zijn met een jong meisje! Met deze oproep hoopt ze dat iemand zich meldt die weet waar haar man verblijft. Eventuele verdiensten van haar man wil ze innen en rekeningen van gemaakte kosten door haar man kunnen naar haar gestuurd worden. Op deze manier komt ze ook te weten waar hij is of geweest is.
Ze kiest voor deze krant omdat er in Twente nog geen krant uitgegeven wordt. De Opregte Haarlemsche Courant werd landelijk gelezen en had een naam op het gebied van familieberichten.
Afb. 02: Bericht uit de Overijsselsche Courant van 11 juni 1816 waarin gemeld wordt dat Wessel Hemmelder in staat van faillissement is verklaard

Beiden benoemen elkaar over en weer tot erfgenamen van hun overige nalatenschap. Ze herroepen alle eerdere testamenten en hun huwelijksvoorwaarden, opgesteld op 13 januari 1780(8).

Jan Rooseboom treedt in 1804 meerdere keren op als ‘subverwalterrichter’. Daarmee wordt bedoeld dat hij de plaatsvervanger is van richter Jacobs van Borne(9).

Jan Rooseboom en Johanna Hemmelder verstrekken op 1 augustus 1805 een hypotheek aan W.H. Christiaans en Hendr. Lantman. Als onderpand wordt gegeven een huis met hofje met toebehoren en de nog te bouwen ververij met de gereedschappen gelegen aan de Ennekerdijk. De hypotheek wordt verstrekt omdat Rooseboom uittreedt uit een firma(10).

Johanna Hemmelder plaatst op 25 mei 1814 een advertentie in de Opregte Haarlemse Courant. Ze beschouwt zichzelf als een ‘verlaten huisvrouw’. Haar man is er vandoor en ze weet niet waar hij verblijft(11).

Joanna Hemmelder overlijdt een jaar later en op 21 november 1815 verschijnt haar man Jan Roseboom voor de vrederechter in Delden tezamen met: Gradus Hemmelder, fabrikeur, wonend in Delden, halve oom van moederszijde; Antonius Franciscus Hemmelder, secretaris, wonend in Borne, oom van moederszijde; Wessel Hemmelder, fabrikeur, wonend in Borne, oom van moederszijde; Lucas Roseboom, koopman, wonend in Raalte, oom van vaderszijde; Antonie Josink, kastelein, wonend in Raalte, aangetrouwde oom van vaderszijde en Jannes Wolthuis, fabrikeur, wonend in Borne. De laatste is meegekomen als goede vriend bij gebrek aan meerdere “naastbestaanden”. Voor de kinderen geboren uit het huwelijk stelt de vrederechter een voogd en een toeziend voogd aan. Als voogd wordt benoemd de vader Jan Roseboom en de aanwezigen kiezen uit hun midden met meerderheid van stemmen Wessel Hemmelder als toeziend voogd(12).

Twee dagen later, op 23 november 1815 laat toezicht voogd Wessel Hemmelder bij de vrederechter vastleggen dat Hermannes de Meijer, wever in Borne, is benoemd als taxateur van de roerende goederen die behoren in de nalatenschap van Joanna Hemmelder(13).

Wessel Hemmelder wordt in 1816 failliet verklaard(14).

Op 10 maart 1827 laat Bernardus Hemmelder opnieuw een testament maken. De notaris komt voor deze gelegenheid bij Bernardus thuis. Hij herroept eerder gemaakte testamenten en wil dat zijn zoon Adolf het huis met hof en spieker erft. De waarde van de woning wordt vastgesteld op ƒ 700,– Dit bedrag moet Adolf binnen half jaar inbrengen in de nalatenschap. Adolf erft het huis bij wijze van vooruitmaking en deelt ook weer mee in de verdeling van de ƒ 700,–. Verder benoemt Bernardus als zijn erfgenamen Wessel, Adolf, Antoon Franciscus, Grades, Hendrica Wilhelmina, Gesina en Lubbertus. Tevens erven zijn kleinkinderen het deel van hun overleden vader / moeder: Hendricus, Joanna en Maria.
Bernardus bepaalt ook nog het volgende: als een erfgenaam het niet met de verdeling eens is, dan valt het erfdeel toe “aan de vreedzamen, die met mijne beschikking tevreeden zijn”. Met andere woorden: slikken of stikken.
Bernardus tekent het testament met B. Hemmelder junior.
Na het overlijden van Bernardus Hemmelder op 10 april 1827 spannen Gradus Hemmelder en de weduwe Hemmelder-Söbbing een proces aan tegen de kinderen van Bernardus, geboren uit zijn tweede huwelijk; te weten: Wessel, Adolf, Hendrika en Gesina Hemmelder en Jan Roseboom als voogd van zijn (minderjarige) kinderen. Ze zijn het niet eens met de bepalingen uit het testament. De kinderen uit het eerste huwelijk claimen goederen uit de boedel van hun overleden moeder, de eerste echtgenote. Het grootste bezit, het huis is volgens het testament toebedeeld aan zoon Adolf, een zoon uit het tweede huwelijk. In 1828 doet de rechter in Almelo uitspraak: de familieleden moeten er samen uitkomen middels een verdeling. Lukt dat niet dan moeten alle goederen verkocht worden tijdens een publieke verkoop.

Kennelijk lukt het de familieleden niet om tot overeenstemming te komen. Het is ook mogelijk dat Adolf, die het huis aanvankelijk zou erven, het bedrag niet bij elkaar kan krijgen. Uiteindelijk worden de onroerende goederen uit de nalatenschap Publiekelijk verkocht op 27 december 1828.

Verkocht worden:

  1. Aan Jan Spekreis, winkelier, voor ƒ 1.600,–: een huis en wheere met annex hof en schuur of ververij, gelegen in Borne aan de Grootestraat tussen de huizen en wheere van Jannes Mulder en de erven van Bartholomeus Meijer. De hof is belast met één jaarlijkse uitgang aan Antoon Lucas Eenhuis (de hofmeijer)van drie hoenders of ƒ 0,60.
  2. Aan Jan Snuverink, bouwman, voor ƒ 70,–: een halve kamp bouwland groot ca 20 roeden, gelegen bij de Bongaard in de gemeente Weerselo.
  3. Aan Adolf Hemmelder, smid, voor ƒ 125,–: een hooimaat, groot ca 50 roeden, gelegen bij de Bongaard in de gemeente Weerselo. Dit perceel ligt naast het perceel genoemd onder nr. 2.
  4. Een kamp bouwland groot ca 40 roeden, gelegen bij de Bongaard in de gemeente Weerselo, gelegen bij bovengenoemde percelen. De verkoop wordt niet vermeld in de akte. Mogelijk is het een verschrijving en heeft de notaris dit perceel vergeten te noteren.
  5. Aan Jan Suitveld, smid, voor ƒ 70,–: een hooimaat groot ca 40 roeden, gelegen op de Hasseler Staart in de gemeente Weerselo tussen de gronden van Teunis Bussemaker.
  6. Aan Jannes Hofste, smid, voor ƒ 70,–: ⅓-deel hooimaat genaamd het Meulenbroek, groot ca 50 roeden gelegen in de gemeente Borne tussen het land van Lambertus Schrader en boer Meulenbroek.
  7. Aan Jannes Hofste, smid, voor ƒ 105,–: de helft van twee banken in de RK kerk van Borne. De andere helft is eigendom van de erven van Jan Hemmelder(15).

Antonius Franciscus Hemmelder maakt carrière in Nederlands Oost-Indië. Eerst als secretaris en later als viskaal en magistraat. In november 1830 wordt hij benoemd als waarnemend notaris in Macassar(16).

In de kadastrale atlas 1832 worden de Hemmelders genoemd. Familieleden met bezittingen in het dorp staan vermeld op het kaartje op deze pagina.

Afb. 03: Kaartje (situatie 1828) gemaakt door Hans Gloerich, van een deel van het dorp. De met zwart omlijnde percelen waren ooit eigendom van leden van de familie Hemmelder.

Elders gelegen bezittingen:

■ Sectie D Het Dorp, Oude Esch nrs. 43 en 44: twee percelen bouwland van Jan Rooseboom.
■ Sectie D Het Dorp, De Aanslag nrs. 828p en 828q: resp. heide en huis en erf van Wessel Hemmelder. De percelen zijn gelegen aan de Oude Hengeloseweg.
■ Sectie K Hesseler Hasselo, Vondermeeden en ’t Hesseler (gemeente Weerselo) nrs. 34 en 49: resp. bouwland en hooiland van Dolf Hemmelder(17).

In 1846 woont Lubbertus Hemmelder in Groenlo als hij betrokken raakt bij een zeer vervelende zaak, die landelijk in de publiciteit komt:
Pater C. Gepkens van de plaatselijke parochie, wordt beschuldigd van poging tot moord op het dienstmeisje Maria Wicherink. Onschuldig volgens Lubbertus en hij gaat ter verdediging “curieuze gebedekens” verspreiden en hij zoekt iemand die de moord wil bekennen. Hij vindt de werkloze Jan ter Linde en twee weken lang bewerkt hij, samen met ene Elsinghorst, Ter Linde. Jan legt inderdaad een bekentenis af, maar een verwarde. In een brief zegt Lubbertus dat hij de kapelaan nog beter kan verdedigen dan diens advocaat en, met behulp Van twee geleerde geestelijken, Gepkens niet in onreine handen wil laten komen. Deze en nog andere brieven worden gevonden tijdens een huiszoeking in Lubbertus’ huis. Daarna volgt nog een twee uur durend verhoor op het gemeentehuis. Pater Gepkens moet in Arnhem terecht staan. Destijds voor alle betrokkenen een hele reis. De koets met Maria wordt bij terugkomst uit Arnhem in Groenlo begroet met een hagelbui van stenen. Bij de koetsier van de koets en getuigen worden de ruiten van hun huis ingegooid. Tijdens de daaropvolgende zittingen wordt pleger pater Gepkens veroordeeld tot twintig jaar tuchthuis. Jan ter Linde raakt tijdens de verhoren verstrikt in eigen leugens en wijzigt uiteindelijk zijn verklaring. Hij wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en twee geldboetes. Hemmelder en Elsinghorst worden niet veroordeeld maar over hen wordt het volgende gezegd: “Daarop hadden de twee leiders en hunne hoofden en medestanders niet gerekend, eensdeels omdat zij te weinig gezond verstand en menschkunde bezaten, anderdeels omdat zij teveel op de domheid en onderwerping van een “onverlaat” vertrouwden. Maar daarom mislukte ook de gewaagde onderneming, om, door het opschommelen van een “gewaanden moordenaar” den dader aan het over hem uitgesproken oordeel te ontrukken”.
Maria Wicherink vertrekt uit Groenlo, wordt opgenomen door de Maatschappij van Weldadigheid en trouwt in Vledder met een twintig jaar oudere weduwnaar(18) en (19).

Conclusie

Wat een familie: u heeft gelezen over een vader die zijn kinderen zelfs na zijn overlijden nog zijn wil wil opleggen; een verlaten huisvrouw, een zoon die failliet gaat en een zoon die een ander wil laten opdraaien voor moord.
Ook heeft u gelezen over de bezittingen van de familie én we weten nu waar dit onroerend goed gelegen was.
Aan de andere kant, er is vast nog veel meer te vinden over Bernardus’ handel en wandel.
Dochter Engelbarta trouwt met een logementhouder in Groenlo en dochter Maria Gesina trouwt met een smid uit Delden. Zoon Gerardus trouwt in bij zijn schoonouders van het nog steeds bestaande hotel de Zwaan in Delden. Al deze Hemmelders hebben ongetwijfeld ook onroerend goed bezeten. Het faillissement van Wessel Hemmelder heb ik niet verder onderzocht. De gegevens die ik wel heb gevonden, waren ruimschoots voldoende om u te laten zien wat er allemaal te vinden is. Dit onderzoek is verre van volledig, ik heb u slechts een indruk willen geven. Het hoeft dus niet bij het noteren van geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten te blijven. Er zijn genealogen die veel meer weten van de Hemmelders dan ik hierboven heb beschreven. Daar kom je dan tijdens je onderzoek achter. Dus nog een reden aan de slag te gaan: u komt altijd wel iemand tegen die een soortgelijk onderzoek doet. En dat geeft stof tot praten.
Wilt u meer weten over de Hemmelders en aanverwante familieleden of Twentse (genealogische) bronnen, neem dan eens een kijkje op de website van Marieken Scholten-Sijses: www.sijses.nl.

Geachte lezer, ik heb een voorbeeld gegeven en hoop dat u nu zo enthousiast bent dat u zelf aan de slag gaat. Er valt nog zoveel te ontdekken!

Websites en archieven:
www.sijses.nl
www.genlias.nl
http://kranten.kb.nl/index/index/state/load
http://w.ngv.nl/genealogie/index.php?frams=n&site=NGV

Met dank aan:

Jan Deckwitz, Hans Gloerich, Richard van Goethem, Annemie Mulders en Marieken Scholten-Sijses.

Bronnen:

  1. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 16-17.
  2. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 73-75.
  3. Lijst van weerbare mannen 1795. Gemeentearchief Borne.
  4. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 113-115.
  5. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 281-282.
  6. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 338-339.
  7. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 314-315.
  8. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 9 pag 88-90.
  9. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nrs. 5 en 9.
  10. Inventaris Rechterlijk Archief van het richterambt Borne. Inv. nr. 3 Transporten en hypotheken 1791-1808, fol. 396-397.
  11. http://kranten.kb.nl/index/index/state/load Bericht Opregte Haarlemsche Courant 26-05-1814 dag.
  12. Historisch Centrum Overijssel. Toegang 93, archief Vredegerecht Delden, inv. nr. 6 Minuten van voluntaire- en civiele akten en vonissen 1814-1815, nr. 146.
  13. Historisch Centrum Overijssel. Toegang 93, archief Vredegerecht Delden, inv. nr. 6 Minuten van voluntaire- en civiele akten en vonissen 1814-1815, nr. 147.
  14. http://kranten.kb.nl/index/index/state/load Bericht Overijsselsche Courant 11-06-1816
  15. Historisch Centrum Overijssel. Toegang 122, archief notaris Lantman. Inv. nr. 562, fol. 1414.
  16. http://kranten.kb.nl/index/index/state/load Nederlandse Staatscourant 26-11-1830
  17. Kadastrale atlas Overijssel 1832. Borne en Weerselo.
  18. Vaderlandse Letteroefeningen 1847 http://www.dbnl.org/tekst/_vad003184701_01/_vad003184701_01-x5.pdf
  19. http://kranten.kb.nl/index/index/state/load
    Diverse historische kranten. Zoektermen: Hemmelder en Gepkens.

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2011-02)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)