Boorn & Boerschop 2010-03: Een keukentafelgesprek met burgemeester Welten

Auteur: Redactie

Toen onze burgemeester Rob Welten, nog maar kort in Borne was, kwam ons ter ore dat hij een studieachtergrond heeft, gericht op recht én op geschiedenis. Voor de redactie van Boorn en Boerschop was dit een reden om te onderzoeken wat hij kan betekenen voor onze heemkundevereniging. We hebben de burgemeester uitgenodigd voor een “keukentafelgesprek” dat op 8 september jl. plaats vond. Aan de hand van een aantal vragen ontstond het volgende verhaal.

Vanwaar uw keuze om geschiedenis te studeren? Aanvankelijk was het de bedoeling om naar de KMA te gaan, maar ik ben wegens hartruis afgekeurd. En wat dan? Geschiedenis had op de middelbare school mijn belangstelling al en het is altijd een hobby geweest. Later heb ik rechten gestudeerd. Recht is praktisch, een gereedschap voor je werk. De studie geschiedenis was leuk en aanvullend voor mijn werk. Het heeft mijn mensbeeld beïnvloed, het heeft mij gevormd. Ik heb in Leiden recht gestudeerd, geschiedenis via de Open Universiteit en aan de Universiteit van Maastricht heb ik mijn afstudeeropdracht gedaan.

Mijn voorliefde is de lokale politiek. Beschrijvingen van personen die een sleutelrol spelen in de samenleving, bijvoorbeeld bij de eerste grondwet (1848). Hoe waren toen de elites, wie waren de burgemeesters en hoe werden die gerekruteerd, dat zijn de leuke dingen. Er is nogal wat gebeurd in die tijd, een heel interessante geschiedenis. In het boek van Hans Gloerich, Bonje in Borne, worden een aantal belangrijke dorpsfiguren belicht met leuke anekdotes over het dorpsleven van eind 1800.

Houdt u zich in algemene zin nog bezig met geschiedenis? Zo ja, waar gaat uw voorkeur naar uit?
“Ik lees te weinig, ik lees wel veel vakliteratuur en daar ligt mijn prioriteit. Ik zou wat meer tijd willen hebben”.

Toen u pas in Borne was, heeft u een aantal boeken over de plaatselijke historie gekregen. Heeft u ze al gelezen? “Die heb ik nog. Allemaal gelezen, neen. Maar neem het boekje Markante Bornenaren, dat heb ik doorgebladerd en daarin kwam ik de BVV-voetballer Muizebelt tegen. Dat onthoud ik en gebruik ik als het te pas komt. En zo doe ik met de meeste boeken.”

Geschiedenis studeren en uw burgemeesterschap liggen op het eerste gezicht nogal ver uit elkaar. Vanwaar de keuze voor een bestuurlijke functie?
“Ik vind het ver uit elkaar liggen maar ik vind het ook een enorm hulpmiddel om breed georiënteerd en geïnformeerd te zijn. Het is leuk om je te verdiepen in een achtergrond van een organisatie of bedrijf waar je naar toe gaat. Ik heb in september het nieuwe clubgebouw van de voetbalclub BVV geopend en dan vind ik het leuk om na te gaan, wat is dat nu voor een club, het te refereren aan gebeurtenissen in het verleden. Ik hoor dat ze het heel leuk vinden dat je moeite hebt gedaan om je te verdiepen in de achtergronden. Je vraagt er intern naar maar voegt er zelf ook iets aan toe, leuke anekdotes aanhalen. Bijvoorbeeld: er was een Engelsman, techneut bij Spanjaard, die goed kon voetballen en hij werd opgesteld in het eerste elftal. De man werd bij een competitiewedstrijd ingeschreven met de naam John Engelsman. De tegenspelers in Hengelo kwamen hier achter en protesteerden. Ze accepteerden dit niet. Dat is toch leuk?

”Ik merk dat u het nodige van het voetbalgebeuren weet! U kunt al wel enthousiast vertellen over de Bornse historie!” “Als historicus weet je dat het allemaal maar hele kleine dingetjes zijn. In het land der blinden is eenoog koning. Door je achtergrond heb je een bepaalde kapstok waar je dingen aan ophangt. Dingen die je leest, hoef je maar een keer te lezen en dan onthoud je ze. Een ander boek, In verdrukking, verzet en vrijheid, dat ik van Hennie Noordhuis kreeg, heb ik ook niet helemaal doorgelezen, maar bepaalde zaken vallen op bij het doorbladeren. Ook het boek over de Stolpersteine heb ik gezien. Daar stonden leuke stukjes in en daar doe je wat mee. Het gaat dan over de joodse geschiedenis in Borne, dan ben ik blij dat ik dat heb en als ik informatie nodig heb, pak ik het boek erbij.”

Uw eerste kennismaking met de heemkundevereniging was met de presentatie van het boek Van Borghende tot Borne in de Oale Schöp. Dat was één van uw eerste officiële handelingen als burgemeester van onze gemeente. U nam het eerste exemplaar in ontvangst. Het bestuur heeft u toen een lidmaatschap van een jaar aangeboden: u bent dus lid. Gaat u dit lidmaatschap continueren?
“Jazeker!”

Maar ziet u zichzelf nog eens een verhaal voor Boorn en Boerschop schrijven, of een boek? Valt dat in te passen in uw burgemeesterschap, u heeft nu niet bepaald een baan van negen tot vijf.
“Ik vind dit hartstikke leuk maar ik weet inderdaad niet of ik hiervoor de tijd heb. Je legt jezelf wel normen op en die liggen hoog, dus ik weet niet of ik hier ooit toe kom. Je wilt ook niet afgaan. Met een artikel ben je zo een paar weken bezig. Ik heb ook nog enkele hobby’s, ik wil tennissen, blijven fietsen en voetballen, mensen ontmoeten. Dan blijft er weinig tijd over.

Wat is uw algemene indruk van de heemkundevereniging?
“Ik ben een keer naar een verenigingsavond geweest in de Stefanshof. Ook heb ik me ingeschreven voor de cursus Van Borghende tot Borne, ben er een paar keer bij geweest en hoorde dat die cursus tot twee keer toe overtekend was en ook dat Boorn en Boerschop zeer gewaardeerd wordt.”

Afb. 01: Burgemeester Welten met redactieleden Anja Tanke en Jan Deckwitz aan de keukentafel in huize Deckwitz. (foto: Mieke Dewckwiitz)

De redactie prijst zich inderdaad gelukkig met de auteurs, sommigen zijn al in de tachtig. Ze komen met leuke verhalen, of vertellen over markante figuren uit hun jeugd. Die nemen we mee, schrijven ze uit en zoeken er plaatjes bij. We hebben nog steeds een groter wordende schrijversgroep en dat is leuk.
De burgemeester geeft aan dat het belangrijk is om de belangstelling vast te houden.

Je zou toch ook willen dat mensen ook wat zelfstandig onderzoek doen. Jaap Grootenboer heeft het afgelopen jaar hierover een presentatie verzorgd, maar het komt niet over. Als redactie willen we blijven motiveren en stimuleren zelf onderzoek te doen.

Ja, dat is een aardig uitgangspunt, dit moet je vasthouden en mee doorgaan. Wat je stelt is niet nieuw. Dit vind je bij veel verenigingen. Duurzame verbintenis en actief lidmaatschap wordt steeds moeilijker.

Het thema van dit jubileumnummer is: onderzoek plegen. Hoe verleid je mensen hiertoe?
Dat is lastig, onderzoek doen heeft een zweem om zich heen van “moeilijk”, “wetenschappelijk” en “niet voor ons weggelegd”. Erg griezelig: dan moet je de mensen ervan overtuigen dat het niet zo is.”

Redactielid Jan Deckwitz vertelt dat Henk Woolderink ooit een cursus heeft verzorgd, gericht op onderzoek doen. Maar daar bleef het bij: je moet met de mensen naar de archieven gaan en laten zien hoe het werkt. Momenteel zijn vrijwilligers bezig het archief van de vereniging toegankelijk te maken.
“Ja, maar dat is ook van immens belang. Laat mensen eerst intern zoeken bij onze heemkundevereniging of in het gemeentearchief voordat ze naar allerlei landelijke archieven gaan. Eén van de dingen dicht bij huis en de belevingswereld is de geïnteresseerde iets te laten onderzoeken dat een persoonlijk raakvlak heeft: genealogie: Wie zijn mijn voorouders? Wat deden ze? Waar woonden ze? Mensen kunnen starten met hulp en daarna langzaam en zeker verder zelf op zoek laten gaan. Begin met een excursie naar het gemeentearchief. Waarom heeft de heemkundevereniging geen werkgroep genealogie?”

In het licht van de beperkte middelen van de gemeente en de heemkundeverenging: hoe kan de Bornse geschiedenis het beste voor het voetlicht worden gebracht? Doet u eens wat leuke suggesties, we hebben nu een website, maar wat dan nog meer?

“Dat is een begin. Ik denk aan de moderne en sociale media. Uitgangspunt moet zijn: welke doelgroep ga je benaderen en hoe ga je dit doen? De site moet interactief zijn en geschikt voor verschillende doelgroepen. En vergeet ook Hyves en YouTube niet, de jeugd is zeer auditief en visueel ingesteld en op deze manier krijg je ze mee. Met boeken, tijdschriften, fotopresentaties ben je er niet. Mag ik een voorbeeld noemen? Refereer aan het bekende: de straat waar je woont, hoe zag die er vroeger uit. Verwijs vergelijkenderwijs naar infrastructuur, verlichting, bestrating, winkels, huizen, kleding en dergelijke. Dit bijvoorbeeld door terug te blikken in verschillende tijdsperiodes. Laat de ontwikkelingen en de veranderingen zien.
Ik hoorde laatst over een mogelijkheid dat je 3D door je stad kunt wandelen. Laat dit zien. Houdt dit vast en presenteer dit later nog eens. Laat veranderingen zien. Dat is geweldig!”

Kunt u voor uzelf hierin een rol zien, gezien uw achtergrond en maatschappelijke betrokkenheid bij de gemeente?
“Ik zie voor mij zelf geen rol weggelegd om bijvoorbeeld een website te maken, wel stimuleren, behulpzaam ondersteunend. Ik zie voor mijzelf wél een rol om bij bepaalde initiatieven een zetje te geven, mee te denken, contacten te leggen en dergelijke. Hier ben ik voor te benaderen. Borne is zeer centraal gelegen in Twente. Voor een project kan de universiteit of hogeschool benaderd worden. Als je als heemkundevereniging iets wilt, dan is Borne een hele leuke plek voor een student om een bepaald project vorm te geven voor een afstudeeropdracht.
Ik zou graag zien dat nieuwe generaties aangeboord worden. Laat jongeren korte leuke filmpjes maken van oude locaties onder auspiciën van de vereniging en zet dat op YouTube.

U heeft een aantal maal ons verenigingsblad ontvangen. Wat vindt u van het blad? Wat zou er aan verbeterd kunnen worden?
Ik vind het een leuk blad, boeiend. Het zou mooi zijn om ook de recente geschiedenis te kunnen weergeven: ondervraag een oud-wethouder, of vraag oud-burgemeester Vunderink voor een gesprek. Ik noem maar wat.

Redactielid Anja Tanke: gezien uw belangstelling voor plaatselijk bekende figuren zou u het verhaal over Jan van de Pel kunnen lezen, dat is bijzonder.
“Dat was toch ook een markante Bornenaar? De auteur beschrijft echt de orale geschiedenis en dat is leuk omdat er een soort verbondenheid is.

Tot slot wil de burgemeester graag van ons weten hoe de heemkundevereniging er over vijf jaar uitziet. Wat ons betreft zijn er dan meer werkgroepen, meer leden die onderzoek doen en een verjonging van het ledenbestand.

Met interviews als deze in ons prachtige blad willen we daar als redactie graag ons steentje bijdragen! Bent u geïnteresseerd? Laat het ons weten!

Zendren 2010

Afb. 02: Zenderen: sommige toegangswegen nog met zand en steenslag. Rechts ziet u de muur aan de achterzijde van het klooster van de Carmelietessen. Hoe dit prachtige landschap er in 2030 uitzien?

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2010-03)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)