Boorn & Boerschop 2009-03: Een reis door de tijd van de negentigjarige IJsclub Zenderen

Auteur: Harry Filart

Clubliefde is voor hen een vanzelfsprekendheid. Elke dinsdagavond even verzamelen voor wat overleg, het gras maaien en eventueel was klusjes verrichten in en rondom het clubgebouw. Er is altijd wel wat te doen. Natuurlijk wordt tijdens deze bezigheden tijd gereserveerd voor een kopje koffie en voor dit laatste mocht ik langskomen. Immers de redactie van Boorn en Boerschop was op de hoogte van het feit dat de IJsclub Zenderen in december negentig jaar bestaat. Een bezoekje waard dus en samen met de heren Theo Immers, Herman te Wierink, Johan Kamphuis en Henk ter Braak worden vele herinneringen opgehaald. Enig notulenwerk en wat stukken uit het archief doen de rest om te komen tot dit verhaal.

In de beginjaren van de vorige eeuw kon er in Twente op de beken, kanalen en onder water gelopen landerijen volop worden geschaatst. Alleen in de wat grotere steden kende men toen verenigingsijsbanen. Ook in Borne had men voor de Eerste Wereldoorlog al een eigen baan, tussen Borne en Delden. In die jaren kende men namelijk nog geen ontwatering. Wanneer in de herfst grote stukken land onder water stonden was een week vorst voldoende om de bevolking over enorme stukken ijsbaan te laten beschikken. Geleidelijk verbeterde de ontwatering en dat betekende met name voor de Bornse ijsbaan de nekslag.

In Zenderen echter was er ’s winters nog volop water en kon er bij vorst worden geschaatst. Over de kwaliteit van het ijs werd nogal eens geklaagd. Dat was één van de redenen dat in de herfst van 1919 plannen werden gesmeed voor de oprichting van een ijsclub. Deze moest er onder andere voor zorgen dat het ijs steeds sneeuwvrij werd gemaakt. De eerste aanzet tot de oprichting gaf de heer H.A. Ebbers. Deze was directeur van een kleine zuivelfabriek. De oprichtingsvergadering werd op 20 december 1919 gehouden in café Klaassen. Later was dit etablissement beter bekend als restaurant ’t Loar.
De heer Ebbers werd ook de eerste voorzitter. Het eerste bestuur bestond verder uit:
H.L.J. Winkelman, vice voorzitter; J.H. Kolthof, secretaris; J.C. de Wit- Spenkelink, 2de secretaris; H.F. Haarhuis, penningmeester; J.J. ter Haar, B.G.J. Gortemaker, B. v.d. Riet,
A.B. Peper, G.J. Geuke, B. Ganzeboom, J.G.C. v.d. Riet, H. Tinselboer, G. ter Haar en G. Vlaskamp.

In het eerste artikel van het reglement viel de club maar meteen met de deur in huis: ‘het doel is het bevorderen van het ijsvermaak in het algemeen en het houden van wedstrijden in het bijzonder’.

Dat vraagt om enige uitleg, want onder dat houden van wedstrijden verstond men toen wel iets heel anders dan nu het geval is. Er werden vooral ringrijderijen gehouden. Dat waren wedstrijden ringsteken met een stok. Dat deed je alleen of met zijn tweeën. Ook was er schoonrijden: dit is de oudste vorm van het schaatsenrijden in ons land.
De eerste baan die de club onderhield was op ’t Weleveld. Omdat deze plas wel heel erg klein was ging men al snel op zoek naar iets anders. Men kwam uit bij ’t Vleer, dat dicht bij de huidige baan ligt, aan de andere kant van het spoor. Hier konden de schaatsers veel beter uit de voeten, maar de ontwatering maakte ook hier al snel een eind aan de mogelijkheid tot schaatsen. De club kreeg vervolgens de beschikking over een enorme plas “De Braamhaarsvennen”, op de plek waar nu de lus van Azelo in de autosnelweg de A1 ligt. Het ven was zo groot dat bezoekers van alle kanten het ijs op konden zonder dat er controle op het betalen van de toegang mogelijk was en dat kon onmogelijk de bedoeling zijn.

In februari 1922 kreeg de ijsclub, na een paar snelle verhuizingen achter elkaar, een definitieve bestemming, het terrein aan Het Hag, beschikbaar gesteld door de familie te Wierik. Dit was een prima plek, mede om het feit dat kinderen nu niet meer de gevaarlijke spoorbaan hoefden over te steken.

Afb. 01: De ijsbaan zoals wij deze nu kennen
Afb. 02: Bij gelegenheid van het veertigjarig bestaan in 1959, werd er geposeerd voor de fotograaf. Staand v.l.n.r. de heren Schothuis, Hilbrink, Stokkingreef, ten Thije, Engelbertink, Bartelink, Schwering en Smit. Zittend v.l.n.r. de heren de Wit, van de Riet, Schulten, burgemeester van Bemmel, wethouder Huiskes en te Wierik.

De eerste tien jaar heeft zich gekenmerkt als een periode van opbouw. Alles gebeurde met beperkte financiële middelen, maar wel met een geweldige inzet van de toenmalige bestuursleden. Steeds als er een beetje geld in kas was werd er iets uitgebreid of verbeterd. In 1930 verwierf men zich onderdak door een keet van de werkverschaffing te huren. Hiervóór was men gewend dat een paar balen stro zowel de ingang van de baan als de kassa markeerden.

Geleidelijk kreeg het ijsbaancomplex de vorm welke het moet hebben. Zo kwam er een stuw in De Azelerbeek, waarmee men het water in de vijver kon laten lopen. Dat was hard nodig want het was wel eens voorgekomen dat het flink vroor en de ijsbaan niet open kon omdat er niet voldoende water was. Er kwam een kleine ijstent en een baanverlichting werd aangelegd. Met dit laatste was de jeugd niet echt blij want bij de ontluikende liefde, die bij het schaatsen soms ontstond, bleef men liever in het donker.

De oorlogsjaren

De oorlogsjaren waren uiteraard niet gemakkelijk voor de ijsclub; samenscholingen waren toen immers verboden. Het bestuur opende op een gegeven moment toch de baan, maar op last van de gehate landwacht moest de baan weer worden gesloten. De Duitse Wehrmacht daarentegen toonde zich een stuk coulanter. Van deze mocht er gewoon worden geschaatst. In de herfst van 1944 vond een bombardement plaats aan de spoorlijn bij Zenderen. Een paar projectielen kwamen terecht in het droge bassin van de ijsbaan. Eén bom sloeg zelfs een gat dat een doorsnee had van 20 meter en een diepte van 10 meter. Later bleek ook nog dat enkele niet ontploft waren. Een jaar of drie na de oorlog – toen er inmiddels al weer vrolijk geschaatst was – werden ze pas weggehaald.

Oorkonde

In de statuten van de vereniging is o.a. ook opgenomen dat een ieder die vijfentwintig jaar onafgebroken lid is van de vereniging een oorkonde ontvangt.
Zij krijgen daarmee tevens een lidmaatschap voor het leven en betalen geen contributiegeld meer. Inmiddels zijn meer dan 300 personen een kwart eeuw of meer onafgebroken lid.

Hoogtepunten in de jaren vijftig en zestig waren zonder enige twijfel de uitbreiding van de baan, waardoor een 400 meterbaan kon worden uitgezet en de bouw van het pomphuis met pomp. Een mijlpaal bereikte men zelfs in 1959 toen men met het clubhuis Het Hag realiseerde, compleet met kantine en vergaderruimte. Men was de koning te rijk en helemaal toen in 1973 het toiletgebouw werd aangebouwd. Tevens werd toen ook de kassa verbeterd. Verder zijn er met beperkte middelen de eerste stappen gezet richting mechanisatie. De oude legerjeep en de borstelmachine werden ’s avonds na 10 uur, wanneer de baan gesloten was, een vertrouwd beeld op de ijspiste.

Wereldberoemd in Zenderen en omgeving

J.G.C. van de Riet, -Johan, wie kent hem niet. Hij maakte al deel uit van de IJsclub Zenderen toen deze eigenlijk nog niet bestond. Als 16-jarige was hij één van de 30 personen die betrokken waren bij de oprichting van de vereniging. In 1920 werd hij gekozen als secretaris.

Afb. 03: De heer Van de Riet voor zijn vertrouwde clubhuis

Het was een functie die bij hem paste, een mensenleven lang. “Geen laatbloeier, maar een doorbloeier”, werd eens over hem gezegd. Want het feit deed zich voor dat Johan maar liefst 75 jaar de functie van secretaris heeft bekleed en op meer dan voortreffelijke wijze. Deze enorme staat van dienst was nog nimmer vertoond. En het leverde hem zelfs een plek op in het Guiness Book of Records.
J.G.C. van de Riet werd in Zenderen en met name bij de ijsclub, geroemd om zijn nauwkeurigheid. Johan, die uiteraard ook het erelidmaatschap van de vereniging had, was een man van de cijfers en getallen. Voor wat tegenwoordig heel eenvoudig in het geheugen van de computer wordt opgeslagen, had hij slechts een pen en papier tot zijn beschikking. Bij hem was het papier dan ook ontzettend geduldig. Alles werd genoteerd en bewaard voor het nageslacht.

Afb. 04: Overzicht van geïnde contributie, het aantal verkochte dagkaarten en het aantal dagen waarop de ijsbaas geopend was in de periode 1951 / 1976
Afb. 05: “Dagen waarop de ijsbaan Zenderen was geopend”.
Beide notities geven aan dat ook vroeger lang niet alle winters streng waren.

De negentigjarige club kende door de jaren heen maar weinig voorzitters. De heer Ebbers, die de aanzet voor de oprichting gaf, was de eerste. Hij bleef een jaar aan het bewind. Voor een periode van eveneens een jaar werd hij opgevolgd door J.J. ter Haar.

Hierna kwam de voorzittershamer in handen van de heer H.J. Schulten, directeur van de Boerenbond. Meer dan 40 jaar hield deze man het vol. Hij loodste de vereniging door de oorlogsjaren.

In 1962 werd Schulten opgevolgd door zijn schoonzoon, de heer M.M.M. Trooster. Deze had al de functie van directeur bij de Boerenbond overgenomen en werd nu ook geacht de teugels in handen te nemen van de ijsclub. De heer Trooster stelde in dat opzicht niemand teleur en vervulde deze taak met verve, liefst 45 jaar lang, waarna hij tot erelid werd verkozen.

Vanaf 2007 is de functie van voorzitter vacant.

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2009-03)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)