Boorn & Boerschop 2008-01: Hoo loat iej oe schrieven…over onze familienamen

Auteur: André Hottenhuis

Familienamen hebben een thuis. Als we een naam horen als Nowirsjov gaan we in oostelijke richting zoeken; Ferrero zoeken we in Italië en voor namen die beginnen met O’ of met Mac steken we de Noordzee over. Dichterbij, in eigen land, komen we hetzelfde tegen: namen op -ma of -stra zoeken we in het noorden; Van Oorschot, Van Vegchel, Van Lierop zoeken we in het zuiden en -ink en -huis namen komen veel voor in het oosten.

Oudere taallagen

Namen bevatten, als ze maar oud genoeg zijn, elementen van de oudere taallagen. En zo treffen we in onze familienamen veel aan van de tijd toen het Nederlands nog geen algemene taal was, ja, zelfs niet bestond.
In onze Twentse familienamen zitten veel Twentse woorden, waar we ons vaak niet van bewust zijn. In de tijd toen die namen werden genoteerd, werden ze voor het eerst vanuit het lokale gesproken dialect naar een algemenere schrijftaal overgezet. Vroeger gebeurde dit door monniken of klerken, later door de overheden vanuit Zwolle. “Hoo loat iej oe schrieven?”, was in dit verband een veelzeggende vraag. De persoon in kwestie was analfabeet: hij liet zijn naam schrijven!
Dus, ondanks het eeuwenlang streven om familienamen in de Nederlandse taal vast te leggen, constateren we dat er toch veel sporen van dialect terug te vinden zijn in de tegenwoordige geschreven namen in Twente.

Familienamen samengesteld uit bomen- en plantennamen zijn een interessante groep omdat we er een aantal dialectwoorden of -vormen in terugvinden. De ‘vleer’ (vlier) komen we tegen in de familienaam Vleerbos en Vleerkotte en in Fleer, Fleerkotte en Fleerholte.
Andere planten of bomennamen, zoals holst, dan, ellen (olm), ekkel, wagel, brummel, kwek, krab en holt vormen nu nog elementen van bepaalde familienamen.

Een aantal dieren waren blijkbaar erg populair bij de familienaamgeving. We kennen in de streek diverse namen voor kievit, nl.: ‘kieft, kiewk, kiewik, kiewiet’. Tussen de familienamen in de provincie komen we tegen: Kieft, Kiefte, te Kiefte, Kieftenbel(d)(t), Kiewik, de Kiefte, Morskieft. Verder komen we tegen: kreai, ule, vors, perre, worm en zwien als onderdeel van een familienaam.

De dialectnamen voor plaatsen in Overijssel verschillen van de officiële namen en die dialectnamen vinden we ook vaak terug in de familienamen.
De namen werden meestal gegeven als iemand zich, bijvoorbeeld in de hanzetijd, vestigde in een stad en de vraag kreeg: “Waar kom je vandaan?”. Van Weersel (Weerselo), Van Tubbergh (Tubbergen), Van Hengel (Hengelo), Van Riessen (Rijssen), Van Oortmerschen (Ootmarsum), Van Zwol, Van Swol, Zwolschen, Zwolsman (Zwolle).

De meest voorkomende familienamen zijn de beroepsnamen, dat zijn dus namen die het beroep of de functie van de persoon, de eerste naamdrager, aangeven en die vervolgens tot familienaam zijn geworden: Buter (tonnenmaker), Plumers, Demmer, Kramer, Rusker, Schoemaker, Boerrigter, Schutte, Hekkert, Scholten.

Ook zijn er een aantal familienamen die alles te maken hebben met de locatie, de plek, waar de eerste naamdrager woonde. We komen dan bij afleidingen van veld- en waternamen en bij opvallende plaatsen in het landschap, b.v. stegge, horst, woord, brug, voort, bek, reve, brook, en de samenstellingen hiermee: Bruggeman, Bruggink, Braakhuis, Brink, Ter Beek, Kamphof, Potkamp, Pol, Belt, Morselt, Weeldiek, Boomkamp.

Dan bekijken we nu de meer specifieke: BORNSE FAMILIENAMEN, die we niet uitputtend maar wel alfabetisch voorbij laten komen:

Annink: De oudste vermelding, al in 1050, is Anning, Hasselo en is oorspronkelijk een patronimicum (familienaam; afgeleid van de naam van de vader). Het komt van Arnold, Arnout (arend-wald, als een arend heersend). Zeker 90% van de naam- dragers woont in Overijssel. Assink. Veel voorkomende naam in Twente, is ook een patronymicum. Asse (azo is Adelbert). Misschien is het toch een met Asen (=goden) samenhangende Germaanse naam. Van deze familienaam woont 70% in Overijssel.

Assink: Veel voorkomende naam in Twente, is ook een patronimicum. Asse (azo is Adelbert). Misschien is het toch een met Asen (=goden) samenhangende Germaanse naam. Van deze familienaam woont 70% in Overijssel

Beek, ter, enz: Dit is een adresnaam, zo ook Bekhuis, Bekkink, Bekke. Tussen 80 en 90% van alle ‘beek’-namen komen voor in Overijssel.

Belt: is ook een adresnaam (bult, hoogte). Samengestelde vormen zijn (om maar eens één naam iets uitgebreider in zijn varianten aan te geven): Bambelt, Boksebeld, Bombeld, Boxebeld, Galgenbeld, Goldebeld, Goldenbeld, Goldenbelt, Hazebelt, Hoog Stoevenbeld, Hoog Stoevenbelt, Karenbeld, Karrenbeld, Karrenbelt, Kattenbeld, Kattenbelt, Kiekebeld, Kiekebelt, Kleinluchtenbeld, Kleinlugtebeld, Kleinlugtenbeld, Kleinlugtenbelt, Knottenbelt, Konijnenbelt, Korbeld, Krajenbeld, Kijftenbelt, Lichtenbeld, Lichtenbelt, Ligtenbeld, Ligtenbelt, Luchtenbelt, Mestebeld, Meulenbeld, Meulenbelt, Muizebeld, Muizebelt, Schreibeld, Schreibelt, Schrijbelt, Schuttenbeld, Schuttenbelt, Stappenbeld, Stappenbelt, Stoevenbeld, Stoevenbelt, Stuivenbelt, Tesebeld, Thebelt, Ulenbelt, Vloedbeld, Vossebelt, Wienbelt, Wijnbeld, Zandbelt, Zonnebeld, Zonnebelt, Zoombelt, Zunnebeld.
De mogelijkheden zijn op die manier eindeloos en het verhaal over elke naam afzonderlijk binnen deze ‘beld/t’-namen is zeer rekbaar.

Brink: Oorspronkelijk was het: rand, samen- hangend met ring (beringen = omzomen).
Het gaat dan vaak om randgebieden, stroken die niet verdeeld zijn maar nog gemeen bezit, in onze streken meestal van de marke. ook hier kennen we diverse samenstellingen: Hondenbrink, Kraaijen- brink, Brinkman, Brinkzitter, Brinkgreve.

Broek: (-man,-kamp, -kate, -huis). Broek is een laag gebied, in het Engels heet het brook, in het Duits Bruch. In het Twents kennen we Brook. Brookhuis, ten Broke,. Misschien is het via het Indogermaanse *mrug, *mrog verwant met het Latijnse margo, ons mark. Moerassen waren vaak scheidingen van gebieden!

Bruggink: (Bruggeman, Brugge, ter). Verdere vari- anten: Ten Brug, Ten Brugge, Ten Bruggen, Ter Bruggen, Terbruggen, Thörbrugge.
Het is een adresnaam en 70% komt voor in Oost Nederland. Brug is oorspronkelijk een plank, Duits Prüg (vergelijk Prügel een pak slaag met een plank!).

Dijk: is een adresnaam met o.a. de volgende varianten: Deichmann, Van Deick, Van Deijck, Deijk, Van Deijk, Deijkers, Van Deik, Dijck, Ten Dijck, Van Dijck, Van de Dijck, Van Dijcke, Dijcker, De Dijcker, Dijckmans, Dijcks, Dijk, Op de Dijk, Op den Dijk, Ten Dijkers, Dijkert, Dijkhuis, Dijkinga, Dijkink, Dijkma, Dijkman, Van Dijke, Dijkema, Dijken, Van Dijken, Dijkenga, Dijkmann, Dijkmans, Dijkmeijer, Dijks, Dijksen, Dijksma, Dijksman, Dijkstra, Van de Waal van Dijk, Willems van Dijk. Dijk, Van Dijk Blok, Van de Dijk, Dijke, Ten Dijke, Dijkens, Dijker, De Dijker, Den Dijker, Dijkerman, ‘n Dijk wordt gegraven. Het resultaat is een hoogte en een diepte, een plek om te lopen of een … visvijver b.v.

Egberink: is een patronymicum (Eg =zwaard, bert = schitterend). Er zijn diverse erven in 1475.

Ellenbroek: De oudste vermelding is in 1180 te Boekelo. Het is een broekland waar elshout groeit en dat is productiehout.

Engelen: Waarschijnlijk is dit een umlautvorm van Angelen als volksstam. Het zijn geen geesten!

Exterkate: Egesternkate Egesternkoten wordt vermeld in 1319. Moeilijke verklaring (agis=angst?). Ongeveer 95% van de naamdragers woont in Overijssel.

Geerdink: Het is een patronymicum en een veel voorkomende familienaam. Afkomstig van Geert of Gerard en dat betekent: dappere speerstrijder.

Haar, ter: Haarhuis, Haarman. Adresnaam: een haar is een hoger gelegen stuk land.

Hek: kan betekenen grens. Het geeft in elk geval een scheiding tussen gebieden aan. Men kan dan denken aan een markenhek bij de overgangsweg tussen twee marken. Hek geeft de plek van bewoning aan en b.v. Hekkert het beroep van bewaker van het hek.

Hilberink: is ook duidelijk een persoonsnaam (patronymicum). Hilbert betekent strijdvaardig, knap. In 1475 zijn er al veel erven van die naam vermeld.

Horst: Dat is een adresnaam. Veel voorkomend in Overijssel. Een horst is een kleine hoogte met struweel. Vaak is het eerste deel een flora- of faunanaam: Boekhorst, Dashorst, Ravenshorst, Bekenhorst, Eikenhorst, Braamhorst, enz.

Knuif: Adresnaam, vroeger met voorzetsel b.v. Opt Knuf. Het is speculatief, maar toch is de betekenis vermoedelijk een hoogte (knot, kloef, knoop zijn volgens Pokorny verwant). De naam komt ook veel voor ‘oaver ’n Poal’.

Kramer of Kremer: is een beroepsnaam, een handelaar of venter. Kuipers is ook een beroepsnaam: een vatenmaker.

Lansink: Land is de betekenis van het eerste deel. Volgens oude Engelse bronnen en ook volgens Gothische gegevens is het een vrij persoon met een eigen stuk grond. Er zijn veel boerenerven in Twente die deze naam dragen.

Leus, Leusink, Leushuis: Het komt van het woord Liud = volk. Er zijn al veel erven rond 1475 (Luetzing).

Leuverink: (Liudwolf ) wordt Ludolf. Hier hebben we dus ook te maken met een afleiding van een persoonsnaam.

Morselt: Mors is een adresnaam. Morshuis, Morsman, Morsink, Morsinkhof, Morskate. Echte oude Bornse namen. Mors verwijst naar een adres, een plek bij een moerassig gebied.

Mulder: Dat is duidelijk een beroepsnaam: de molenaar.

Nijhuis: is een zeer veel voorkomend adresnaam: het nieuwe huis.

Olthof: komt in Oost-Nederland veel voor. Je zou kunnen zeggen dat deze naam staat tegenover de Nijhof of Niehof.

Platenkamp: Volgens Hekket genoemd naar de Duitse ontginner Von Platen.

Pol: is zeer waarschijnlijk een adresnaam. Hij is de bewoner van een hooggelegen plek.

Scholten, Slager en Smid: zijn alle drie beroepsnamen.

Veldhuis, -man, -kamp, -sink, -hof: verwijzen naar de plek, nl. de heide.

Ten Voorde: is ook een adresnaam. Het is de bewoner van de plaats aan het water waar je over kunt steken.

Weghorst: is, waarschijnlijk, een hoogte met wage, wakel of ‘woag’ (jeneverbes) begroeid.

De naam Wegter zou dan wakel of ‘woagbos’ kunnen betekenen. Beide zijn dus adresnamen.

Hiermee hebben we een kleine impressie gegeven van familienamen en hun oorsprong. Wie als onderzoeker bezig is de oorsprong van een familienaam te bestuderen doet er goed aan om de volgende drie zaken altijd in acht te nemen:

-1- Probeer de oudste schriftelijke vermelding te vinden;
-2- Vraag ter plaatse naar de naam en wel de naam in het dialect;
-3- Ga de plek bekijken waar de oudste naam ontstond, zeker als het een adresnaam betreft. En dan, dan nog blijven er altijd vragen, leemtes! Dat is het interessante van naamkunde, zeker van familienaamkunde.

Afb. 01:

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2008-01)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)