Boorn & Boerschop 2007-02: ONGEDOOPTE KINDEREN

Auteur: Berend Jager

Op 28 december 2006 werd op de Gemeentelijke Begraafplaats in Borne een bijzondere plastiek onthuld: een bronzen beeld, een man en een vrouw voorstellend, die elkaar troostend omarmen. De Twentsche Courant/Tubantia besteedde in de krant van 29 december 2006 uitgebreid aandacht aan de onthulling van dit monument. Het was in opdracht van de uitvaartvereniging Sint-Barbara vervaardigd door de Bornse kunstenaar Ruurd Hallema. Het monument is een hommage aan de zo lang in het verdomhoekje geplaatste ongedoopte kinderen. De man en de vrouw stellen een ouderpaar voor, treurend om het verlies van hun kind.

Het monument bevindt zich op een wat verscholen plek, net achter de kapel. Niet alleen de uitbeelding van de ouders, maar ook de tekst van een gedicht weergegeven op de platte steen waarop het beeldje staat, zijn geladen van emotie.

Voorbeeld

Het allereerste monument in Twente ter nagedachtenis van ongedoopte kinderen bevindt zich in Reutum. Daar werd op 2 juli 2000 op initiatief van de Tubbergse pastor Kerkhof-Jonkman een zwerfkei onthuld waarop een tekst staat uit psalm 71: Van de moederschoot af was ik veilig bij u. De symboliek ervan is duidelijk: de ongedoopte kinderen waren als zwerfkeien, nergens bijhorend, verloren in het land. Het Reutumse initiatief vond in onze regio uitgebreid navolging. Inmiddels vindt men monumenten op kerkhoven in Ootmarsum, Hengelo, Vasse, Albergen, Zenderen, Weerselo, Rossum, Deurningen en Delden. En daarmee is de lijst vermoedelijk nog niet compleet. De meeste monumenten zijn eenvoudig van opzet; ze zijn vrijwel allemaal uitgegaan van het ‘perspectief’ van een eerherstel aan de ongedoopte kinderen.

Ruwe vorm

Het kunstwerk in Borne gaat niet uit van het ongedoopte kind, maar accentueert het verdriet van de ouders. De kunstenaar heeft voor zijn object een realisatievorm gekozen die nogal afwijkt van wat hij normaal vervaardigt. De plastieken van Hallema zijn over het algemeen zorgvuldig afgewerkt, maar in dit geval heeft hij ervoor gekozen de vorm vrij ruw te laten. Het hoofd van de vrouw, meer gesuggereerd dan scherp uitgebeeld, gaat verscholen tegen de borst van de man. Het hoofd van de man is licht gebogen; hij heeft zijn armen om haar heen geslagen. De rest van het lichaam en de kleding worden meer gesuggereerd dan weergegeven. Juist door deze ruwe vorm wordt de bittere emotie van de twee figuren versterkt; door het verlies van hun kind, dat ook nog in ongewijde aarde begraven ligt, is de harmonie in het leven verstoord. De kunstenaar geeft dit op overtuigende wijze weer.

Het gedicht, vervaardigd door Hans Wools, secretaris van het bestuur van de uitvaartvereniging Sint Barbara, is eveneens sterk emotioneel geladen.

Afb. 01: ‘Troost’

De tekst ervan luidt:

Waar eens een kind werd toevertrouwd aan ongewijde aarde
ondraaglijk en verstild verdriet:
begraven zonder waarde,
staat nu een monument voor ’t ongedoopte kind
dat nooit een toekomst kreeg
maar stil werd weggestopt in een verlaten hoek
waar tranen vloeiden en eenieder zweeg.

Voorgeborchte

Volgens de katholieke traditie zou de ziel van het ongedoopte vroeg gestorven kind in het voorgeborchte verkeren, een weliswaar zalig oord, maar toch nog net geen hemel. De in 593 door paus Gregorius de Grote ingestelde regel dat deze kinderen niet in gewijde aarde mochten worden begraven omdat ze niet vrij zijn van de erfzonde, werd op 21 april 2007 door paus Benedictus XVI nietig verklaard. Daarmee werd het voorgeborchte ‘opgeheven’ als zijnde in strijd met de universele liefde van God, die immers niet geneigd zal zijn een ziel te discrimineren.

Tradities

In zijn interessante standaardwerk over de geschiedenis van de ‘laatste eer’ Thanatos besteedt de Enschedese funerair deskundige H.L. Kok ruim aandacht aan de ongedoopte kinderen. Vaak werden doodgeboren kinderen in foetushouding in potten begraven. In sommige streken geloofde men dat de ziel van het gestorven kind in de buurt van zijn rustplaats rondzwierf en afwachtte tot de moeder opnieuw zwanger werd, waarna ze zich met de vrucht verenigde. In moerassige streken huldigde men vaak de opvatting dat de zielen van de kinderen als dwaallichtjes boven de moerassen zweefden. Het kind werd bij voorkeur ’s avonds begraven, alsof men zich schaamde voor het feit dat het niet gedoopt was. Het werd meestal begraven in de zogenoemde limbus infantium, een strook grond dat tegen de gewijde aarde aanlag. Dit wordt expliciet uitgedrukt in het kunstwerk van de Hengelose kunstenaar Pier van Dijk, dat zich in Delden bij de Oude Blasiuskerk bevindt.

Gruis

Dat kunstwerk bestaat uit een platte steen, die deels onder de muur die de kerk omringt, is geschoven, waarmee als het ware wordt aangegeven dat de ziel van het ongedoopte kind ‘hunkert’ naar een plek in de gewijde aarde.
Ligt in het kunstwerk van Hallema in Borne het accent op het verdriet van de ouders, in het kunstwerk van Van Dijk ligt, zoals in de meeste monumenten in Twente die aan dit onderwerp gewijd zijn, het accent op de nietigheid en ‘waardeloosheid’ van het jong gestorven kind. Dit blijkt uit de tekst die in de steen is gebeiteld: Onder deze steen rust het gruis van deze tekst. Net zoals het gruis dat ontstaat als men de letters uitbikt op zichzelf waardeloos is, zo is ook in de ogen van de moederkerk het lichaampje van het kind niet goed genoeg om in gewijde aarde te worden begraven; het is in feite zonder waarde.
Het is heel jammer dat men bij het Deldense object geen kleine toelichtende maquette heeft geplaatst, want voor de beschouwer die niet op de hoogte is met het doel van de platte steen, is de tekst van Van Dijk nogal cryptisch.
Het laat zich aanzien, gezien de actualiteit van het onderwerp, dat op nog meer plaatsen in Twente op de kerkhoven een monument voor het ongedoopte kind zal worden geplaatst.

Afb. 02: ‘Onder deze steen rust het gruis van deze tekst’

Berend Jager.

Literatuur

Twentsche Courant Tubantia, 29 december 2006
H.L. Kok, Thanatos, De geschiedenis van de laatste eer, Heeswijk 2005
Artikelen op internet
Gesprek met pastor Kerkhof-Jonkman

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2007-02)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)