Boorn & Boerschop 2006-01: GEVELSTEEN VAN DE VERDWENEN KERK IN ZENDEREN

Auteur: F.J. van Capelleveen

In het Bulletin van het K.N.O.B uit 1908, pag. 164-166, staat een artikel van de hand van Mr.G.J. ter Kuile met als titel “Gevelsteen van de R.K. kerk te Zenderen”.
Dit verhaal handelt o.a. over de gevelsteen met als opschrift Huis des Gebeds Anno 1798 (deze kerk is in 1948 gesloopt). De in 1908 verwijderde steen is gelukkig goed bewaard en thans ingemetseld in de doorgang van het onlangs gereedgekomen poortgebouw van het in 2002 heringerichte kerkhof te Zenderen.

Afb. 01:

Behalve deze gevelsteen werd bij de gedeeltelijke afbraak (lees: uitbreiding) in 1908 van genoemde kerk een aantal andere stenen gevonden. Het betreft o.a. de wapenstenen die nu reeds vele jaren geleden zijn aangebracht in het koor van de Oude Ned. Herv. Kerk in Borne met op een steen de wapens van Christoffel Schele (geb. 1528; overl. 1606) en Judith Ripperda (geb. 1534; overl. 1608) en op twee aparte stenen het wapen van de geslachten Van Middachten en Twickel.

We laten hierna de tekst volgen van het gehele artikel van Mr. Ter Kuile:
Bij het gedeeltelijk afbreken van het R.K. kerkje van Zenderen, gelegen in de gemeente Borne, op een afstand van ongeveer tien minuten gaans van de plaats waar eertijds de Havesate het Weleveld gestaan heeft, werd in het begin van April jongstleden onder meer de gevelsteen boven den voormalige hoofdingang van het kerkje verwijderd. Naast de kerkgangers, die in de loop van eene eeuw dien gevelsteen even aangekeken hadden, had ook ik achter dien eenvoudige sluitsteen nooit meer gezocht dan hij zelf sprekend te kennen gaf: “Huis des Gebeds Anno 1798”. Tot verbazing der werklieden kwam nu echter bij zijne verwijdering (waarbij gelukkig de opzichter zelf tegenwoordig was) de achterkant aan het licht, zich vertoonend na ontbloot te zijn van eene dikke kalklaag, als op nevengaande lichtdruk is weergegeven!

Afb. 02:

Ik reken mij gelukkig dezen en nog een viertal bijbehoorende steenen bemachtigd te hebben. Niet alléén om de kunstwaarde, die zij zeker hebben, maar vooral omdat het sprekende getuigen zijn van Twenthe’s verleden.
De keerzijde van dezen sluitsteen, in afmetingen hoog 38 c.M. bij 25 c.M. breed, laat in zachte blanke Bollendorfer zandsteen gebeiteld zien twee uitstekend bewaarde wapenschilden, overschaduwd door fijn uitgevoerde helmen, welke met uitzondering der geschonden helmstangen, goed gaaf zijn bewaard gebleven; de kleuren, die eens schilden, helmen en helmteekenen nog meer levendigheid hebben gegeven, zijn grootendeels verdwenen, al kan men nog duidelijk de grondkleuren en grondtonen en het goudoplegsel hier en daar constateren.

Uit het ruim van genoemd kerkje kwamen nog te voorschijn twee steenen uit dezelfde materie vervaardigd, in afmetingen hoog 41 c.M. bij 27 c.M., met de in eenvoudiger vorm gehouden wapenschilden van Van Middachten (een uitgestulpt kruis gekantonneerd van een schapenschaar) en van Twickeloe (een ketelhaak), benevens een tweetal dergelijke steenen met inscripties.

Naar alle waarschijnlijkheid zijn dit steenen uit de kerk van Borne, die vermeld zijn in “De Nederlandsche Heraut, 1ste jaargang 1884, als door Baron Snouckaert van Schauburg omstreeks 1780 in de kerk aangetroffen. De schilden op den hier afgebeelden steen zijn: het gekwartileerde wapen van de familie Scheele (veld 1 en 4 een barensteel of tournooikraag, veld 2 (en 3) drie weerhaken), 2e het wapen van Ripperda (waarvan paard en ridder nog sporen van vergulsel vertoonen op een zwart veld). De steen behoorde eens tot het grafmonument van Christoffel Scheele tot Weleveld, geb. 1528, overleden 20 Mei 1606, en van Judith Ripperda, geb. 1534, overleden 4 April 1608, dochter van Unico van Ripperda en Judith van Twickel.

De twee steenen met inscripties behelzen de aanvangsregels van een zeer groot Latijnsch grafschrift, in de “Nederlandsche Heraut”I 190 als bijna onleesbaar vermeld en zeer verminkt opgenomen. In ’t kort gezegd, lezen wij uit dezen inscripties dat Rabo (Radbout) Scheele met Elisa, erfgename van het huis Sledehusen, gehuwd was en dit huis den naam kasteel Schelenburg (gelegen bij Osnabrück) kreeg, uit welke echtelieden afstamde Johannes S., die bij Nesa (Agnes) van Oer een talrijk nageslacht kreeg en wier zoon Heidenrijk S. tot vrouw had Geertruid Knehemna (von Kneheim), die voor zijne kinderen een beste moeder was; van deze kinderen trouwde Zweder S. met Anna (Johanna) van Weleveld, die het huis Weleveld ten huwelijk aanbracht, dochter van Johan van Weleveld en van (Wilhelmina) van Ruitenborg, uit welk huwelijk ten slotte Christoffel Scheele voornoemd geboren werd.

Christoffel S. en zijn vrouw zijn ons bekend uit de “Bijdragen t.d. Geschied. v. Overijssel”, deel VI 321 en IX 356, uit de “Overijselsche Almenak” van 1849, uit de “Geslachtkundige Aanteekeningen” van Mr. J. van Doorninck. Ik meen dus te kunnen volstaan met een enkele aanhaling omtrent hem uit een exerpt van het familiearchief van Freiherr von Scheele.
Hij nam in 1555 het Weleveld in bezit, doch moest in 1580 Twenthe ruimen, daar hij gesignaleerd stond onder “Konincks vianden”. Tot 1596 hield hij zich op in Osnabrück en op den Schelenburg. Teruggekeerd op het Weleveld bleef hij een krachtig voorstander van de leer van Luther, onder wiens gehoor hij vermoedelijk met zijn broer Caspar geweest is, zoodat hij deezen zelf de beginselen heeft hooren verkondigen, waaraan hij op het Weleveld vastgehouden heeft en volgens welke aldaar bij zijne nakomelingen steeds Luthersche paedagogen als kapelaan dienst hebben gedaan.

Afb. 03: Het nieuwe poortgebouw bij de begraafplaats in Zenderen. Bedoelde steen is ingemetseld, links achter in de open poort

Bij het lezen van deze teksten bekruipt je het gevoel dat er iets niet klopt! Uit het verhaal van Ter Kuile lijkt n.l. duidelijk te blijken dat de op achterzijde van de steen met het opschrift “Huis des Gebeds Anno 1798” de wapens van Schele en Van Rappart prijken. Het is dus de vraag hoe kan dan de steen uit het Zenderse kerkje in het poortgebouw van de plaatselijke begraafplaats zijn ingemetseld als de andere zijde in de Oude N.H. Kerk in Borne aanwezig is? Voor de oplossing van dit probleem zijn er twee mogelijkheden. 1ste De steen in het poortgebouw is een kopie. 2de De oorspronkelijke steen is gesplitst. Dit laatste lijkt niet zo, waarschijnlijk vanwege de grote kans op breuk bij het splitsen. Dus toch een kopie? Dit zullen we na moeten gaan…

Afb. 04: De in 1948 afgebroken waterstaatskerk van Zenderen met de beide gevelstenen

Nemen we de maten van de steen in de kerk (opgave Ter Kuile), dan blijkt de lengte-breedte verhouding uit te komen op 1,52 (38 x 25 cm). Doen we ditzelfde bij de steen die in de kerkhofpoort is aangebracht, dan komen we op 1,25 (54 x 43 cm) uit. Hoewel ook deze steen is vervaardigd van zandsteen, lijkt op grond van deze verschillen in afmeting, toch de conclusie gerechtvaardigd dat we het over een andere steen hebben. Op de foto van de kerk is te zien dat er twee gevelstenen onder elkaar in de voorgevel aanwezig zijn. Hoewel we de afmeting van deze stenen op de foto niet nauwkeurig kunnen vaststellen, blijkt de verhouding van de zijden van de grote steen, gelijk te zijn aan die van de steen in het poortgebouw. De foto dateert van na de verbouwing in 1908. Daarom is slechts één conclusie mogelijk: de steen in het poortgebouw is identiek met die in de gevel van de kerk na de verbouwing in 1908. Gezien de afmetingen van bedoelde stenen kunnen we met grote waarschijnlijkheid aannemen dat deze gevelsteen in of na 1908 zal zijn bijgemaakt. Want het meest waarschijnlijk lijkt dat de steen die nu nog in Zenderen is, vervaardigd moet zijn nadat de steen met de wapens gevonden werd (men wilde deze direct al behouden wegens de grote gaafheid en historische waarde ervan). En het ligt dan ook voor de hand te veronderstellen dat dit bijmaken in of kort na 1908 zal zijn gebeurd omdat toen aan de “Waterstaatskerk” werd gewerkt. Nagegaan zou nog moeten worden of we hierover gegevens in een der archieven kunnen vinden…

F.J. van Capelleveen.

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2006-01)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)