Boorn & Boerschop 2004-01: KANTTEKENINGEN BIJ EEN JAARTALLENLIJST

Auteur: G. Groenhuis

Geschiedenis is een discussie zonder eind

In de jubileumbundel, VEERTIG JAAR LATER, bespiegelingen bij het 8ste verenigingslustrum 1962-2002, komt een handig jaartallenoverzicht voor, waarin feiten en gebeurtenissen uit de geschiedenis van Borne in een breder historisch kader worden geplaatst. Zo wordt b.v. de veldtocht van Napoleon, in 1812, naar Rusland besproken omdat één van de overlevenden na onbeschrijflijke ontberingen in Borne terecht kwam en daar een bekende burger werd. Hij heette Albert Peters en was een jeneverstoker uit België. In 1825 trouwde hij met de enige dochter (zie * aan het einde van dit commentaar) van zijn werkgever Berent Stork, de waard van de “Gouden Schaaf’ in de Brinkstraat en later nam hij de herberg van hem over.

Als kapstok voor de lotgevallen van onze voorouders vervullen jaartallen een onmisbare rol. Ze bieden houvast door kort en bondig vast te leggen wat, wanneer is geschied. De keerzijde van de beknoptheid is echter een bijna niet te vermijden vereenvoudiging van het verleden. Ook dreigt het gevaar dat opvattingen over personen en gebeurtenissen worden aangeboden als vaststaande historische feiten. Om die reden is het mogelijk bij drie “opmerkelijke jaartallen” vermeld in het overzicht, een paar kanttekeningen te plaatsen. Teruggaande in de tijd bij het jaartal 1812, 1558 en 1000.

1812.

De geschiedenis van Napoleon is in honderden boeken beschreven. En ook de befaamde tocht naar Rusland is vele malen onderwerp van geschiedschrijving geweest. Napoleon heeft er ook zelf in zijn Memoires uit Sint Helena aandacht aan besteed. Een hardnekkige mythe die hij vrijwel direct na zijn terugkeer in het leven riep, is in veel boeken terug te vinden. Het grote leger werd verslagen door de vroeg invallende winter. In de jaartallenlijst staat: Op 18-10-1812 trekt hij terug uit Rusland. De winter valt in. De wegen worden ijsbanen. De soldaten, in hun dunne jasjes sterven van honger en kou. Napoleon verslagen door Koning Winter, we kennen het verhaal uit onze schooljaren. Maar is het ook waar? In Napoleon, historie en legende toont Presser aan, dat de Russische winter in 1812 juist heel laat inviel! Modder maakte de wegen zwaar begaanbaar, geen ijs!!
Als het vluchtende leger de Berezina bereikt, ligt de rivier open en bouwen Hollandse pontonniers bruggen. Pas in december daalden de temperaturen ver onder nul en begon de strenge winter. De prestatie van de Bornse herbergier was er overigens niet minder om. Ook zonder een vroege winter was de terugtocht uit Rusland voor de verslagen soldaten een lange lijdensweg…

Afb. 01: Het terugtrekkende leger van Napoleon onder omstandigheden zoals dat beslist onjuist is voorgesteld !!

1558.

Bij het tweede “opmerkelijke jaartal” vermeldt het overzicht: 1558 Willem (van Oranje) wordt diplomaat aan het Franse hof, waar hij de Franse Koning Hendrik II om de tuin leidt door zijn zwijgzaamheid. Hendrik meende dat iemand die Philips II vertegenwoordigde, wel behoudend katholiek zou zijn. Willem was allang van plan Holland vrij te maken en daar het Protestantisme in te voeren. Afgezien van de ongelukkige formulering (met Holland worden de Nederlanden bedoeld en Protestantisme moet Calvinisme zijn) kunnen bij dit jaartal grote vraagtekens worden gezet. De gebeurtenis waarnaar wordt verwezen, is voor het eerst opgetekend in de Apologie (verweerschrift) waarmee Willem van Oranje zich verweerde tegen de beschuldigingen in de ban van 1580. De latere vermelding en de aard van het geschrift roepen twijfel op aan het waarheidsgehalte.

In de Geschiedenis van Nederland schrijft Gerlof Verwey er voorzichtig bij …als het in de Apologie weergegeven verhaal op waarheid berust … Er tegen pleit, dat Willem van Oranje in tegenstelling tot zijn broer Jan van Nassau, nooit tot de harde kern van calvinistische “Nederlanders” heeft behoord. Oranje zocht verdraagzaamheid, geen calvinistische alleenheerschappij. Gedwongen door de loop de gebeurtenissen, koos hij in de laatste jaren van zijn leven de zijde van het calvinistisch verzet.

1000.

De derde kanttekening komt bij het jaar 1000 te staan. Voor 1000 bestonden er al marken, aldus de jaartallenlijst. Kort samengevat, marken waren afgebakende woeste gronden waarin oorspronkelijk elke boer een ware of waardeel had. Wat hier als een historisch vaststaand feit wordt meegedeeld, is in werkelijkheid onderwerp van een hevige geleerdenstrijd geweest. Inzet was de ouderdom van de marken en de regeling van het gebruik ervan. Voor de Tweede Wereldoorlog ging men er van uit dat de marken voor het jaar 1000 tot in de Germaanse tijd teruggevoerd konden worden, maar omstreeks 1940 ontstond verzet tegen deze opvatting. Het inzicht groeide dat de marken jonger moesten zijn. Pas toen de bevolkingsgroei als gevolg van de verbeterde landbouwmethoden dat noodzakelijk maakte, zou men de woeste gronden zijn gaan gebruiken en werd het nodig daarvoor regels op te stellen.

In zijn proefschrift over markeverdelingen in Oost-Nederland vat H.B. Demoed de uitkomst van de discussie als volgt samen: In navolging van Slicher van Bath wordt thans algemeen aangenomen dat de markegenootschappen sedert de tweede helft van de J3e eeuw zijn opgekomen. De bekende historicus Vonder Dunk heeft de geschiedenis eens een onwetenschappelijke wetenschap genoemd. Hij bedoelde ermee dat het vak de exactheid van de natuurwetenschappen mist. De geschiedenis die wij kennen is een reconstructie van het verleden en niet het verleden zelf. Eén van de voorgangers van Von der Dunk aan de universiteit van Utrecht, de hoogleraar Pieter Geyl zei het zo: Geschiedenis is een discussie zonder eind.

G. Groenhuis.

  • De auteur van de jaartallenlijst, R. van Goethem, stelde na het ter perse gaan van het jubileumboekje vast, dat Anne Peters niet de enige dochter was. Zij had nog een zus die ongehuwd bleef. Haar enige broer, Ernest, trouwde wel en was koperslager van beroep (redactie).
Afb. 02:

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2004-01)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)