Boorn & Boerschop 1994-01: UIT HET DAGBOEK VAN SWEDER SCHELE

Auteur: M.G.E. v. Harten-Fransen

Sweder Schele (1569 – ±1640) hield een dagboek bij. Een passage uit dit dagboek wordt door Mw. Van Harten naverteld:
Anno 1592 werden op 6 juli, te Osnabruck, negen tovenaressen verbrand. Een daarvan woonde niet ver van Christoffer Schele in de Campstraat. Ze stond bekend om het feit dat zij Sophia, de dochter van Cristoffer Schele, vergiftigd zou hebben. Zij zou in Sweders huis zijn gekomen en haar duivelse gif in een kan hebben gegooid. De ziekte van Sophia was volgens de medici wel kwaadaardig. En de vrouw was zo kind aan huis bij de Schele’s, dat zij zelfs wel eens samen met Sophia had gedronken. Toch stond de vrouw al heel lang ongunstig bekend.

Sophia zou voor haar ziekte, op weg naar de kerk, een gouden armband verloren hebben die de vrouw gevonden had. Toen Sophia dat te weten kwam riep zij de vrouw bij zich. Maar deze wilde de armband niet missen. Uiteindelijk moest zij er toch afstand van doen. Toen Sophia de armband weer om had gedaan, werd ze weldra ziek. Zij had echter tevoren de armband wel schoongemaakt door hem een tijdje in water te laten liggen. Hij scheen daarbij eerst een blauwe stof af te geven die waarschijnlijk in contact met water giftig werd. Zij is na het opnieuw dragen van de armband vrij snel gestorven.

Afb. 01: In de middeleeuwen werden vrouwen om verschillende redenen op de brandstapel omgebracht

Toen de vrouw, die nu ook als dievegge bekend stond, bemerkte dat Sophia dood was, liep zij direct naar de buren en zei “Christoffer zal wel zeggen dat ik zijn dochter Sophia gedood heb, maar ik ben daar onschuldig aan, al zal Christoffer dat niet geloven”.

De vrouw zou later toch bekend hebben dat zij vergif in Sophia’s drank had gedaan en werd daarom op 6 juli verbrand. Zij zou echter voor de verbranding reeds gedood zijn want men zei dat de duivel haar nek had gebroken zodat ze niet door het vuur zou omkomen. In korte tijd zouden reeds veel van toverij verdachte vrouwen zijn verbrand; velen zouden nog volgen.

Opvallend is de volgende tekst uit het dagboek: In het jaar 1592 stierven ook Herman van Westerholt en Rutger Torck. Dit waren beide vrienden van Christoffer Schele. Eveneens in 1592 en wel op 2O oktober, stierf Judith Ripperda de vrouw van Christoffer Schele (aan de ziekte coxendium, ofwel heupjicht; door de Grieken ischias genoemd).

Wie zijn nu voornoemde personen die als vrienden van Christoffer Schele worden genoemd?

Christoffer schreef in 1602 aan de Heer van Almelo als “Vedder” (oom). Hendrik van Hekeren, Heer van Almelo, was gehuwd met Walrave van Rossem en door de bisschop van Utrecht beleend met de Heerlijkheid Almelo. Zijn huwelijk was kinderloos. Hij is in het jaar 1556 hertrouwd met Agnes van Westerholt. Zij heeft het gedaan gekregen de Heerlijkheid Almelo in haar geslacht te brengen en wel aan haar broer Herman van Westerholt. Dat zinde de twee broers van de overleden Hendrik van Hekeren niet. Zij droegen aan de Ridderschap en steden voor, de handelwijze van hun schoonzuster Agnes ongedaan te maken. Na een langdurig proces is het contract van Herman van Westerholt, toen Heer van Almelo, nietig verklaard. De kleinzoon van oom Hendrik verwierf de rechten op het Huis Almelo. Herman van Westerholt werd bij besluit van 6 oktober op de Landdag van Overijssel, op de lijst van personen “die heulden met Madrid” geplaatst.

In het jaar 1591 krijgt Rutger Torck, in 1580 getrouwd met Agnes van Westerholt, bevel van de Stadhouder van Oldenzaal, om 30 soldaten op te nemen. Daarna vernemen we niets meer van hem.

Komen we terug op de tekst uit het dagboek over de “Vrienden van Christoffer Schele”, dan is het vreemd te moeten vaststellen dat zoveel vrienden in hetzelfde jaar, 1592, gestorven zijn, het jaar van overlijden van Sophia.

M.G.E. van Harten-Fransen

Literatuur:

  1. D. Schlüter.
    Uit het dagboek van Schweder Schele.
    In bewerking (1993).
  2. Mr G.J. ter Kuile.
    Geschiedkundige aantekeningen op de havezathen van Twente.
    Almelo, 1911, pag. 23-24.
  3. M.G.E. van Harten Fransen. Grenstwisten rond de gemeente Borne. Borne 1992, pag. 33.
  4. D. Schlüter.
    Betovering en vervolging. Twente Akademie Reeks No. 4.
    Uitgeverij Broekhuis Hengelo 1992.
Afb. 02

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar inhoudsopgave 1994-01)

(–> naar Boorn & Boershop pagina)